Oorgarnituren

Het is warm en met die hitte zoeken wij de bossen op. We kiezen voor de Abdij van Averbode. Daar vertrekt een wandelpad.

Ik heb meerdere paren oorhangers en toch draag ik steeds dezelfde. Daar zou ik eens verandering in brengen. Dat overdacht ik onderweg in de auto.

We zijn twee kilometer ver gewandeld als ik iets raars voel aan mijn oor. Ik tast. De rechter oorbel is toch weg zeker! Ik kijk even rond, maar we staan midden in een bos. Maar ben ik ze daar wel verloren? Ergens had ik toch met mijn rugzak tegen mijn oor gestoten, maar waar? Thuis? Dan zou ik thuis eens kijken. En in de auto moest ik ook kijken, want er zomaar aan denken, dat is toch ook te toevallig.

Het is natuurlijk niet prettig om die te verliezen maar zo dramatisch om een wandeling te verpesten vond ik het nu ook niet. We liepen dus verder, we keken, we babbelden en we vergaten.

Bijna drie uur later komen we op de parking bij de auto. Rugzak er in, fototoestel erbij, gsm op passagierszetel en koffer open. Aan de oorbel dachten we niet meer.

Ik buk me, maak mijn veters los en zeg: “Luc, mijn oorbel”. “Ah ja” zegt hij “daar moeten we nog eens naar zoeken”. “Maar neen” zeg ik “die ligt hier”.

De abdij van Averbode is een Norbertijner abdij en Sint Antoontje heeft daar niets verloren. Ik uiteindelijk ook niet.


Foto’s van de wandeling.

Alvorens bij te praten

Zoals ik het in februari al vertelde, neem ik me telkenmale voor toch een oplossing dichterbij huis te zoeken voor mijn dwarse haardos.

En net zoals ik het eveneens in februari al vertelde, wordt die belofte al verbroken als ik bij de kapper buitenkom.

Het was weer zover. Ik had de afspraak wat vroeger gemaakt en we waren op tijd vertrokken, precies omdat het, zoals ik het ook in februari al vertelde, zo moeilijk is om Antwerpen te bereiken zonder in de file te staan.

Meestal koppelen we een kappersbezoek aan een andere bezigheid en we hadden al afgesproken met een collega om eens bij te praten. Wat we tussen de twee in zouden doen dat wisten we nog niet tot opeens de Kruzenshtern de Antwerpse haven en onze planning kwam binnengezeild.

Luc en ik gaan niet naar de Tall Ships Race. Ik houd er niet van om me tussen grote massa’s mensen te begeven. Dat is dan nog een onderdrijving want ik heb er meer een grondige afkeer van.

De Kruzenshtern lag dus aan die kaai en we verbaasden ons dat er zo weinig mensen waren die hem bezochten, als je de grote toeloop bij de Tall Ships Race ziet. Eigenlijk waren we nog net op tijd, want op woensdagnamiddag is er geen school. En het werd wel drukker toen wij het schip verlieten.

We hadden nog even tijd en liepen onder de Schelde door naar Linkeroever, zodat we het zeilschip in zijn geheel op foto konden krijgen.

Over het bijpraten ga ik niets vertellen, behalve dan dat het zeven uur ’s avonds was voor we er erg in hadden. Bijgepraat zijn we zeker en in elk geval.

Dan blijft er nog steeds die wandeling die we al jaren eens willen doen, daar in Antwerpen. Misschien kunnen we die combineren met de komst van de Juan Sebastian De Elcano.

Ik dacht dat het bezichtigen van één schip wel voldoende zou zijn, maar ik ken die blik in Luc zijn ogen.


Meer foto’s.

Het oog van Luc

Luc heeft iets aan zijn oog. Dat gaat en dat komt. Ik ga dat niet meer helemaal vertellen. Ik deed dat toen al en ook toen nog eens en dan ook toen een keer.

Telkens hetzelfde verhaal: traankanaal verstopt en als het niet overgaat wordt het opereren. Telkens loopt dat met een sisser af. Eigenlijk zijn wij daar niet boos om.

Ergens begin dit jaar begon het weer. De dokter schreef antibiotica voor en het ging weg. Maar het kwam zeer snel terug. Luc moest de oogarts contacteren. Dat deed hij. Wij dachten dat de operatie nu niet meer zou uitgesteld worden. Hij moest meer dan twee maand wachten voor een raadpleging. En als hij in een kliniek terecht wou, duurde het nog tot oktober.

Hij is maar gewoon terug naar de dokter gegaan om nog een fleske in afwachting dat die twee maanden voorbij waren.

Vorige maandag, eindelijk de afspraak. We staan ’s morgens vroeg op om naar Het Vinne te rijden om te gaan wandelen, want een doktersbezoek om 14.15u hakt je dag gewoon in twee.

Na amper tien minuutjes is het onderzoek al afgelopen. Het resultaat? Luc moet wachten tot het zich weer herhaalt want ze kan niets meer zien.

In het vervolg moet hij, als hij de afspraak maakt, melden dat het dringend is. Dan kan hij onmiddellijk komen en mag hij 30€ méér betalen. Ah ja, wegens dringendheid.

En daar ben je dan ’s morgens zo vroeg voor opgestaan.


Foto’s van Het Vinne

Alle honden los

Als je gaat wandelen en in een natuurgebied loopt zie je de borden. Ze zeggen allemaal hetzelfde: “honden zijn toegelaten maar moeten aangelijnd zijn”.

En toch zijn ze dat niet. Als Natuurpunt op zeker ogenblik eens alle honden uit de natuurgebieden zal weren, zal het kot ook weer te klein zijn.

En dan dat eeuwige gezegde: “hij doet niks” en dat ondanks wij tot op heden nog nooit een opmerking maakten. Wij vinden dat dat niet aan ons is om daar even orde op zaken te stellen.

Maar hij doet niks? Dat is pure nonsens. Getuige dat klein stiekem onderkruipsel dat we kruisten. Hij liep netjes naast zijn mens naast ons door maar toen ik -wat een geluk dat ik terug hoor- een stiekem onderkruipersgegrom achter me hoorde en omkeek had ik nog net de tijd om te joepen en mijn linkerbeen wat hoger te heffen dan het rechter. Dat stiekem onderkruipsel knapte nog net zijn tanden in de leegte.

Als ik eraan denk dat één hondenbeet genoeg is om maanden niet te kunnen wandelen, dan krijg ik het zuur van de gedachte alleen.

Zondag was het weer zover. Grote hond draait gezwind het hoekje om, alleen. Hij begint te blaffen. Hij is niet agressief maar bang … van ons. Ik ga een stap dichter en maan hem aan op zijn stappen terug te keren. Dat doet hij niet. Ik weet wel, als er wat gebeurt, Luc niet van de kordate aanpak zal zijn. Eén tegen één, hond!

Ik hoor roepen achter de struiken en ja, ze komen ook het hoekje om. Het waren vriendelijke mensen. Op dat ogenblik, ik niet. Ze excuseerden zich. En ja, normaal doet hij dat niet. Of hij nu normaal of abnormaal reageerde, dat doet er niet toe, hij moest aangelijnd zijn.

Nu ja, die kleine uk die er bij was keek ook al wat angstig naar mijn stuurkijkende voorgevel, zodoende zei ik, iets vriendelijker kijkend, dat het mogelijk te wijten was aan de Deet. Want zie je, net zoals een mens zijn eigen parfum niet ruikt, ruiken wij onze eigen Deet ook niet. Die hond wel.

“Zou het … ?” dacht de man luidop. En toen bedacht de vrouw ook iets. Ze zei: “ik denk dat het de hoeden zijn”, want ja Luc en ik hadden een hoed op: Luc altijd, ik enkel sporadisch tegen de zon. Ze ging verder: “hij deed dat ook tegen de afbeelding van Pater Damiaan”.

Geloven jullie als ik zeg dat geen van ons beiden op Pater Damiaan lijkt? En onze hoeden niet op zijn hoed?

Definitief het einde

Toen ik mijn blog verhuisde die eerste april van 2008, heb ik gepoogd om de dingen te vertellen zonder na te trappen naar de provider van het vorige blog. Dat doe ik nog niet.

Groot was mijn verbazing toen ik vorige zaterdag volgende mail ontving:

Beste blogger,

Na de vele ongeruste berichten die we ontvingen op ons eerder bericht, willen we jullie graag wat meer info bezorgen over onze maatregel om bepaalde blogs te verwijderen.

Enkel blogs die aan deze criteria voldoen, zullen worden verwijderd:
– De blog bevat minder dan drie berichten (enkel blogs met 0, 1 of 2 berichten zullen worden verwijderd)
EN
-De blog is niet meer aangepast sinds 01/01/2016

Als u meerdere blogs bezit, zullen enkel de blogs die voldoen aan deze criteria worden verwijderd, andere blogs worden niet aangepast. Zoals al aangegeven in ons eerste bericht, volstaat het om een bericht te posten indien u één of meerdere getroffen blogs toch wil behouden.

Hebt u hulp nodig (u vindt uw login of paswoord niet meer terug), contacteer ons dan! We zullen u met alle plezier helpen.

Onze excuses indien we met ons vorig bericht voor enige ongerustheid hebben gezorgd.

Met vriendelijke groeten,

Het Skynet team

Want ja, dat oude blog bestaat nog steeds. Ik haalde alle berichten er af maar liet het bestaan met een scriptje dat de mensen die het openden naar hier bracht.

Het lezen van de mail riep ook een “aha” gedachte op omdat ik had gemerkt dat er een paar oudere slapende blogs terug aangevuld werden al was het om te zeggen dat er niets te zeggen was.

Allemaal goed en wel, we gaan niet natrappen, maar het is toch weer typisch. Er staat namelijk in die mail:

Onze excuses indien we met ons vorig bericht voor enige ongerustheid hebben gezorgd.

Wélk vorig bericht? Tsss tsss tsss …

Little Joe

Op de dag zelf waarop ik vertelde over het gevonden oranje manneke kreeg ik al een bericht met de oplossing.

Querida wist wat het manneke was, meer nog, ze had er zelf zo eentje, een blauwke. Blijkbaar zijn die in alle kleuren te krijgen en heten ze “Little Joe”.

Het zijn geurventjes voor in de auto. En ja, toen ik aan het, nu gewassen, oranje manneke snoof ving ik de geur op die ik hier rond de laptop al had waargenomen.

“Ha!” grapte ik. “Ik zal daar een foto van nemen en er iets over schrijven als ik het de doerak kan betaald zetten, dan ziet hij blauw van woede”. Ik weet wel dat het rood van woede moet zijn, maar een koudbloedig wezen zoals hij zal wel eerder blauw dan rood worden zeker.

Hoe het nu zit met dat betaald zetten? Ach, ik vergeet snel en ben niet zo betaald zetterig. Momenteel zitten we zo in een overgangsfase waar wijzelf nog niet uitgevlooid hebben hoe het nu eigenlijk verder moet.

Waarom ik het dan nu vertel en niet als de zaak helemaal achter de rug is? Omdat het blauwe van Querida er te vriendelijk uit ziet, getuige de foto die ik van Zoneke in mijn Whatsapp binnen kreeg.

Wee de slinkse

Ik had ooit een gewone gsm, omdat ik er enkel mee telefoneerde en sms’te. Meer had ik niet nodig. Tot die dag dat ik er ook foto’s wou mee nemen en men me dan maar overtuigde om een smartphone te kopen.

In den beginne gebruikte ik die ook enkel om te telefoneren en om te sms’en en voor foto’s natuurlijk. Ik wou helemaal niet met die telefoon als aangroei door het leven gaan.

Dat doe ik nog steeds niet, al ga ik wel op internet. Mooie foto’s neemt hij niet meer. Nadat hij eens de grond kuste op weg naar Schotland is de lens van het cameraatje bekrast. Ook staan er wel enkele applicaties op die ik handig vind of prettig om te gebruiken.

Mijn telefoonnummer heb ik lang aan niemand gegeven. Enkel familie en vrienden hadden dat, kennissen niet. Ook daar kwam verandering in.

Maar nooit heb ik dat nummer aan iemand gegeven om me maar even informatie door te geven of wat dan ook, want achteraf gaan ze dat nummer gebruiken om me lastig te vallen met publiciteit of weet ik veel welke nonsens. Dat had ik bij mijn vorig nummer ondervonden. En ook al omdat ik nog steeds helemaal niet met die telefoon als aangroei door het leven wil gaan. Voor zulke dingen hebben wij toch een vaste lijn zeker.

De week voor vorige week, op vrijdagnamiddag, tijdens een klein dutje, ging die telefoon. Ik werd opgebeld door een privé nummer. Dan neem ik natuurlijk niet op.

En het … Wat was het eigenlijk? Het was geen boosheid, het was geen ergernis, maar het zat me toch een beetje dwars. Ik begon al eens na te denken wie van mijn contacten het zou aandurven dat nummer door te geven. Maar ik riep mezelf tot de orde. Dat zou vast wel toeval geweest zijn. Ik vergat het voorval.

Nu vrijdag, tijdens een klein dutje, ging die telefoon. Ik werd opgebeld door een privé nummer. Ik nam niet op. Een minuut later belde die telefoon terug. Ik werd weer opgebeld door een privé nummer. En ik vroeg me niet af wie van mijn contacten het zou aandurven dat nummer door te geven. Ik vroeg me wel af hoe ik kon voorkomen dat mijn sporadische dutjes gestoord werden.

Ik heb het opgelost. Mijn standaard beltoon is vervangen door een geluidloze stilte. De echte beltoon zit bij elk van mijn contactpersonen ingesteld. Als de telefoon nu rinkelt is het zeker en vast iemand die in de lijst staat.

Andere pogingen om me te bellen kan ik later wel eens bekijken bij de gemiste oproepen.

Gezocht!

Wat zoek ik? Wel, de grote pot met geld waaruit blijkbaar iedereen -behalve ik- zich kan voorzien.

Je leest niets anders meer deze dagen dan gesjoemel en gegraai en uitbetalingen aan zichzelf en dat jarenlang.

Dus blijkbaar is er ergens een grote voorraad geld, onbewaakt aangezien er nooit gemerkt wordt dat daar uit verdwijnt zonder dat het gestaafd is, waarvan slechts enkelen weten waar die zich bevindt.

Dus wetenden! Wees niet zo inhalig en vertel nu eens waar die staat. Ik zou er mijn handen ook wel eens willen in wassen.

De bezigheid

Gaan wandelen met 30°. Dat deden we niet. Mijn schouders waren al wat rood van de dag ervoor, niet gesmeerd natuurlijk. En nog meer, Luc krijgt verschrikkelijk last van de warmte, dat bleek ooit toen hij de douchekraan niet meer kon regelen.

Gisteren? Douchen met de kleren aan? Ik dacht het niet. In de regen lopen doet me niets, dat deden we de voorbije weken wel meer, maar om er nu in te vertrekken? Zeker dat er geen opklaren in zat.

Twee dagen niet wandelen, twee dagen … dat is goed om het papier van de muren te bijten, mocht er nog ophangen.

Ik heb mijn klerenkast gaan uitmesten. En geloof me, ik ben er met de grove borstel doorgegaan.

Daar hingen nog kleren in van vroeger, van voor ik Luc kende, met de gedachte in mijn achterhoofd: “voor als ik ooit terug zo smal word”.

Alsof dat nog zou kunnen gebeuren. Ja, en als … dan koop ik toch bretellen zeker.

Het schort en de cache-poussière

Het is lang geleden, maar dan ook heel lang geleden. Ik zat in het tweede leerjaar, Broer in het tweede kleuterklasje en we liepen samen naar school: ik met een gesteven blinkend zwart schort met lange mouwen en Broer met een grijs kieltje.

(lees verder onder de foto)


Dit model, maar dan in zwart (satijn?)
Fotootje gevonden op Ebay
.
Later, toen bleek dat de andere kinderen dat niet meer droegen, moest ik thuis toch nog een schort aan, maar dan zo een voorbindschort. Dat was om mijn kleren niet vuil te maken bij de klusjes, wist mijn moeder. En zelfs mijn nog niet volledig ontwikkelde denkmaterie vertelde me toen al dat het nu toch al gelijk bleef of je een schort of een kleed waste.

In het hoger middelbaar moesten we in de school weer zo een blauw schoolschort aan. Dat was een kwestie om geen onderscheid te maken, wat ze dus -volgens mijn al verder ontwikkelde denkmaterie- juist wél deden, want de ene stond al beter met die kleur of met dat soort kraagje.

Ik heb me daarna dan ook altijd verzet tegen het dragen van eender welk uniform, al maakte ik een uitzondering voor de evenementen, maar die zijn nu voorbij. Ik zal geen uitzonderingen meer maken.

Broer heeft later nooit nog een kiel aangemoeten, voor jongens gold de regel van dat onderscheid dus niet.

Hier ten huize zijn schorten dus volledig uitgerangeerd, maar aan het aanbod op internet te zien is dat geen algemene regel.