Vrijheid is blijheid

We liepen daar in Diksmuide met ons beidjes te wandelen toen we op verre afstand reeds de fietsen zagen staan. Eén ervan stond tegen een oorlogsmonument gestald, waarvan wij vonden dat het toch maar getuigde van weinig respect. Hoe dichter we kwamen hoe meer we ons afvroegen wie daar toch zo lang toch in een ruïne kon vertoeven.

Ze zaten daar en ze dronken. Ze waren geen pubers meer, maar volwassen? Dat is nog zeer de vraag.

Luc en ik gaan geen ommetje maken. Als wij die ruïne willen bekijken, dan zullen wij die ruïne bekijken. Nu was het mij al opgevallen dat telkens die ene iets zei de anderen steelse blikken op ons wierpen en in een luid lachen uitbarsten. De eerste keer negeerde ik. De tweede keer ook.

De derde … oeh … mijn steeds op de loer liggende automatische piloot schoot in actie. Ik keek hen recht aan en zei: “ik weet wel dat jullie ons uitlachen. Ik zie dat wel. Ik ben niet achterlijk.”

Het viel me mee dat die ene zich een beetje leek te schamen.

Ik gooide er nog een: “dement misschien wel al een beetje, maar zeker niet achterlijk” achterna.

Ze waren ineens erg stil en we vervolgden onze weg en ik voelde me goed.

Ik weet het, misschien zie ik er belachelijk uit met mijn mannenshort en mijn korte dikke beentjes in mijn stoere schoenen er onder. Maar dat is nu precies vrijheid: ik kies voor mijn gemak, ook bij het wandelen en die mannenshorts zitten comfortabel. Bovendien zijn ze een tikje te groot na een paar kilo’s minder. Ik moet ze dan ook strikken in de lenden.

Het zijn niet alleen jonkies die dat ridicuul vinden. Ooit was er een koppel van onze leeftijd waarvan de vrouw ook en passant een opmerking maakte. Het was koud en het regende. Ik loop liever met met blote benen door de regen dan dan met een lange broek. Benen kan je namelijk afdrogen.

Soms is mijn automatische piloot een handig stukje gereedschap, want had het aan mijn opvoeding gelegen, ik zou niets gezegd hebben en daarna had het binnenin blijven vreten dat ik me maar waar voor schut had laten zetten.

Het brokkenparcours

Het begon al goed, daar aan het T-kruispunt. Meestal gaan we daar naar links, richting Tienen. Meestal staat daar een tractor voor ons, die natuurlijk ook naar links moet.

Gisteren stond er de tractor maar wij moesten naar rechts, schuinover. Ik voorspelde het al, ik zei: “wedden dat …” Jammer dat Luc er niet op inging, ik hadde gewonnen. Hij ging ook naar rechts. Even dacht ik: “we zijn er vanaf” maar neen, het heerschap blokkeerde het rechter- en het middenbaanvak.

En toen werd het groen. Die tractor vertrok, wham! schuin over de straat in. Hij scheerde vlak voor de bus door, die op dat ogenblik ook al groen had en bovendien voorrang.

De spiegel van de bus knalde de zijkant in, de bus stopte. De tractor tufte verder.

Ik noteerde de nummerplaat, maar dan bedacht ik me. Ooit hebben we drie zaken gehad met “De Lijn”. Ze hebben ons laten stikken. Ze zoeken het nu ook maar uit.

Aan het volgende T-kruispunt, in Neerlinter, was wat gaande. Het kruispunt leek wel vol te staan. En dat voor een erg landelijke weg.

Dichterbij gekomen waren het geen werken, zoals ik halvelings vreesde. De politie was ter plaatse. Wat terzijde stonden enkele mensen naar het zwaar gehavende wrak te kijken dat waarschijnlijk eens hun auto was maar nu was teruggebracht tot een hoop schroot die daar in de gracht stak.

“Hoe komt die in die gracht terecht?” vroeg ik me af. “De andere staat daar op de depannage” zei Luc. Die zag ik niet, dat was achter mij.

We stopten niet, ik nam geen foto, we zijn geen ramptoeristen.

Gelukkig kwam er geen T-kruispunt meer, enkel een rond punt.

Eindelijk een oplossing

Toen Luc zich registreerde bij WordPress, diende hij ook een blog te maken. Aangezien hij dat blog niet nodig had, noemde hij het dan maar: “Nodeloze Blog”. Dat blog bestond maar bleef leeg.

Toen ik de likeknop plaatste herinnerde hij zich zijn registratie maar moest hij wel zijn naam aanpassen, aangezien hij zichzelf ook “Nodeloze” had genoemd. Luc krijgt een beetje de kriebels van inloggen hier en registreren daar en maakt er zich dan ook zo gemakkelijk mogelijk van af.

Luc filmt ook. Maar die filmpjes waren niet zichtbaar. Ik probeerde hem te overhalen om die ergens op een blog te zetten. Maar neen, daar begon hij niet aan. Ik maakte dan zelf maar een kanaal aan op youtube omdat ik het zo jammer vond.

Eind september 2016, na die ene wandeling maakte hij een eigen kanaal aan. Sedertdien plaatst hij zijn filmpjes daar.

Eerst probeerde ik nog te bekomen dat hij dat, wat op mijn kanaal stond, op het zijne zou overzetten omdat ikzelf dat niet meer nodig heb, maar dat vond hij te omslachtig.

Vorige week bedacht ik ineens dat ik nu die filmpjes niet meer zag. Ik zette én de link naar zijn én de link naar mijn kanaal boven het blog. Maar dat leek nu eens nergens op, tot ik bedacht …

“Je kan die linken op het Nodeloze Blog zetten” zei ik “dan link ik daar naartoe”.

Zo gezegd, zo gedaan. Nu heeft het Nodeloze Blog eindelijk een bestemming.

En Luc zag dat het goed was.

Hulp uit onverwachte hoek

Toen ik de eierdopjes ging afwassen wou ik even alles tegelijk doen. Om te verhinderen dat ik heen en terug moest lopen, nam ik én eierdopjes én droge sokken mee. Ik zou de dopjes al even in het sop zetten terwijl ik de sokken ging opvouwen.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik maak een sopje, dopjes er in, ik draai me om, ik pak de sokken en loop naar de deur. Ineens hoor ik een getinkel van de stenen eierdopjes in het sop. Ik draai me om en zie dat ik een sok heb laten vallen.

Ik zeg: “dank je wel”. Met vriendelijkheid bereik je namelijk meer.

Er is meer dan één plausibele verklaring voor dit fenomeen, maar waarom een logische uitleg geven als een spook zoveel spannender is.

Mijn oren horen

Het is eindelijk een feit, want het werd uiteindelijk een zaak van lange adem. Maar gisteren werden de laatste formaliteiten afgerond en kan ik zeggen dat mijn oren weer helemaal van mezelf zijn.

Ik nam bij aanvang een verkeerde start, kwam bij een ernstig lijkende oor-zaak terecht en viel haast plat achterover van de prijs die ik, na tussenkomst van de ziekenkas, nog mocht ophoesten. We gaan dat niet in detail vertellen. Als het zo zat wou ik al helemaal geen hoorapparaatjes.

Natuurlijk kon ik ook voor het ziekenkasmodel -bij de brillen is dat het brilleke van John Lennon- kiezen, waarover ik die avond aan Zoneke whatsappte: “het is goedkoper maar ik peis dat een koperen hoorn nog minder opvalt”.

Luc liet het er niet bij zitten. Hij ging opzoeken en kwam op de site terecht waar ik de helft minder zou moeten betalen. Het proces werd opgestart en na een poos kon ik ze afhalen. Wat me vooral verraste was de muziek waarvan ik had gevonden dat hij, na al die jaren, flets was gaan klinken. Die was nu ineens weer sprankelend. Dat kwam omdat ik weer meer hoge instrumenten hoorde.

Na anderhalve maand geleidelijk aan afstellen later liep ik in het veld te wandelen en foto’s te nemen toen ik ineens zei: “mijn fototoestel piept”. Dat wist ik wel, dat had men mij gezegd dat het toestel een signaal gaf als het scherp stond alleen … ik had het nooit eerder gehoord.

Ondertussen zijn ze volledig afgesteld. De lage tonen werden aangepast zodat de balans in evenwicht is. Die lage geluiden zijn nu minder storend.

Wat me nu echter opvalt is dat er heel veel mensen zijn die vragen om iets te herhalen en dat terwijl ik dat niet meer hoef te doen.

Ik versta haast alles en iedereen … behalve die ene kerel die achter mijn rug staat te fluisteren, die hoor ik niet. Hij gebruikt mijn slechter horen als argument om te vertellen dat ik hem niet wil begroeten. De doerak!

Boshyacinten

Me tussen een grote menigte begeven? Ik denk er niet aan. Ik laat dus de serres van Laken en de stinkende reuzenaronskelken in Meise aan mij voorbijgaan.

Hallerbos? Zoals ik vorig jaar al vertelde was het toen de eerste keer en ik zei ook al dat het waarschijnlijk de laatste keer zou zijn ook.

We deden Hallerbos dit jaar niet aan. We gingen elders. En ja, ze stonden er ook en ze waren even mooi. Er was wel meer sprokkelhout zodat de bloempjes moeilijker op foto vast te leggen waren.

Er staan ook bosanemoontjes die we vorig jaar misten in Bertembos. Die hadden we dit jaar wel al in Nieuwenhoven gezien.

Ergens volgende week of zo gaan we terug want er staat nog één en ander dat de moeite waard is, waarover dan meer.

Het enige spijtige aan zo een uitstap is natuurlijk de Brusselse ring. Verlies je daar een hoop tijd mee, jà.


Meer foto’s.

De slijterij

Mijn humeur hangt niet af van het weer. Dat heeft het ook nooit gedaan. Het hangt wel af van andere factoren. Ik heb dan ook van die niet zo blije periodes. Ik heb bij tegenslag een verwerkingsperiode nodig, een slijtingsproces.

Ik baal dan ook als er tegenvallers -en ik bedoel dan geen kapot serviesgoed- mijn goedgemutst humeur komen verstoren. Dan weet ik al: “dit wordt weer uitzweten”.

Dat was wat ik voorzag toen ik dit logje schreef. Nu was de eerste, waar ik het in de reacties bij Jr. of Sr. over had, dan wel een serieuze domper, maar niet van die aard om me het leven te vergallen.

1. De eerste is -volgens mij- een vorm van oplichting. We waren van energieleverancier veranderd in januari 2017. We betalen al veel. En vorige week krijgen we een afrekening waar we nog eens 700€ mogen opleggen en dat op drie maanden tijd?

(…)

Met de nieuwe maandelijkse voorschotten, zullen wij op het einde van het jaar 4.000€ aan elektriciteit betaald hebben.

Dat eerste deel is achter de rug. Vergeten en doorgaan. Voor het tweede gaan we in tegenoffensief. We weten nog niet hoe, maar we gaan dit niet zozo laten.

En dan die autoklink, dat was even zoeken.

2. De autoklink zal zoveel niet kosten, maar het valt af te wachten hoeveel het wél zal zijn.

De auto gaat straks binnen. De prijs van de klink weten we. De prijs van de werkuren vergat Luc te vragen. Maar “het zou niet lang duren”. Had de mogelijkheid bestaan dat ik daar eventueel commentaar op had? Neen! Ik had ook de mogelijkheid gehad om zelf te informeren.

Maar dan …

3. Die van woensdagavond, daar wil ik het écht niet over hebben. Niet, niet, niet. Het gaat niet over geld, het is geen menselijk leed -zij het dan het mijne- maar ik verwijt het mezelf en leg de schuld bij de hoofdoorzaak.

En ja, ik had me op het ergste voorbereid. Op goeie vrijdag kwam de bevestiging. Het was fataal. En al had ik het verwacht, ik had even zin om er het bijltje bij neer te gooien. Nu moet niet iedereen direct aan het hoogst theatrale gaan denken, ik wilde enkel kappen met dat wat fout was gelopen. Luc probeerde wel om me op te peppen. Maar eigenlijk heeft dat geen zin. Ik relativeer heel snel maar even een dieptepunt? Daar moet ik echt zelf wel uit zien te komen.

En ja, zie je, op stille zaterdag stond ik op en ging aan de slag om de schade op te meten en eventueel in te dammen. Ik weet het, het zou eenvoudiger zijn om de tegenslag gewoon bij naam te noemen, maar ik wil het er echt met niemand over hebben. Ik vrees betuttelende reacties of leedvermaak. En omdat alles nog erger zou maken, houd ik het maar voor ons.

Op pasen ging ik er gewoon mee door. Het is nog steeds erg, de schade is aanzienlijk maar minder groot dan gevreesd.

Die niet zo blije bui? Die zal moeten overgaan als ik die constante ergernis -die in augustus vorig jaar begon- terug naar de achtergrond kan dringen. Een oplossing is blijkbaar nog niet in zicht. En eigenlijk ligt de oorzaak van punt drie ook daar. De doerak!

Sportjournalisten

Iedereen die dit blog al langer volgt, weet dat ik nogal atletiekgezind ben en dat ik me voor de televisie kan ploffen voor een koers.

Als we onderweg zijn met de auto staat de radio aan. Dat was zo bij de Ronde van Vlaanderen en bij Parijs-Roubaix.

Het is vele jaren geleden dat ik tot het besef kwam dat ik wel van wielrennen hield en dat dankzij de verslaggeving van de Tour de France op de Belgische radio.

Nu? Man man man. Ik vraag me af of er van sportjournalisten echt verlangd word dat ze hun adempauzes tijden het praten verkeerd leggen. Zoals in: “Al die mannen willen hier … meerijden”. Net of ze zich verslikken in hun woorden.

Het is nog moeilijk om volgen ook. En dat om beschrijvingen te geven van achterwerken, kuiten en haartooi. Dat laatste was een vermelding voor de vrouwelijke fans.

En dan was er ook nog wat anders. Ze willen die renners steeds interviewen als ze net van hun fiets stappen. Een douche voor die mensen kan er eerst niet af, want dan gaat de spontane reactie verloren.

Dan vraag ik me af waarom Lotte Kopecky zich excuseerde omdat ze “shit” zei. Dat betekent dat er ook ergens voorschriften zijn voor interviews? Voor zover het spontane.


Hier werd geen koers … gereden anders zou het gras … plat zijn.

De eierdopjes

Op een Tupperware-avond van lang geleden kocht ik zes eierdopjes die gekookte eieren warm hielden. Ze hadden dan ook een deksel.

Later, toen er steeds meer bij ons overnacht werd, kocht ik er -ook van Tupperware- zes bij. Jammer genoeg hadden ze niet meer dezelfde, al was het systeem wel hetzelfde.

Omdat ik ze mooi en elegant en simpel vond en passend bij het gewone huisservies heb ik later nog eens 8 stenen eierdopjes bij gekocht.

Eierdopjes genoeg dus.

Nu zovele jaren later staan al die eierdopjes nog steeds in de keukenkast zonder gebruikt te worden, op twee of zo na. Bezoek dat blijft slapen komt er al lang niet meer. Wat ze daar dan doen? Stof vreten en vuil worden. Ik heb ze zelfs moeten afwassen voor de groepsfoto.

Wat gaan we ermee doen? Naar de rommelmarkt? Ergens kan ik het iet over mijn hart krijgen om ze weg te doen. Je weet maar nooit dat we met de lotto winnen en terug populair worden.

De ster van Zuid-Limburg

Ondanks Landen in Brabant ligt, komt de Ster van Zuid-Limburg hier ook wat toeren en is er ook nog een aankomst voorzien hierboven op de berg. Maar, zoals Luc zegt, zelfs de Tour de France gaat zijn grenzen te buiten.

Luc had voorgesteld om de lokale ronde tegen de richting in te wandelen, dat is zoiets van een 11,1 kilometer. Onderweg zouden we de renners dan zien. Ik vreesde wel dat we de renners vier keer kort na elkaar zouden kruisen -11,1 km is echt niks voor die mannen- en dat we dan verder gewoon wat over de straat zouden lopen.

Ik houd niet van wandelen over de straat of in een dorp of een stad. Daar moest toch wat op gevonden worden.

Bovendien was er ook nog de Amstel Gold Race op TV.

Luc wou hoe dan ook naar de start. Ik niet. Dat is te druk. We kwamen er uit. Ik liep gewoon hier even door de zijstraat en zo de berg -die meetelt voor voor bergprijs- op om foto’s te nemen. Na drie plaatselijke rondes hield ik het voor bekeken en kwam nog op tijd om de laatste 8 km en de aankomst van de Amstel Gold Race te zien.