Schapen … maar dan veel

We hadden nog nooit de Auchagallon Stone Circle gezien en dat gingen we maar even recht zetten. Vermits dat toch in de buurt van Machrie ligt, ach ja, waarom niet, die reuzen in Machrie Moor doen we sowieso alle jaren aan.

We stopten op het carpark en werden onthaald door een geblaat van jewelste. Die schapen stonden daar van hun oren te maken en zelfs boven ons stond een schaap ons toe te mekkeren.

Ik sprong uit de auto, nam er een foto van en riep het beest toe: “what are you talking about?”

De schrik sloeg me om het hart toen ik het mutske achter de struiken zag doorlopen. Ik zei: “Luc, daar is een man”. Luc zette zich recht, keek over de struik en zei: “het is een vrouw”. Mja, voor zover: “what are you talking about?”.

We liepen rond de struik en de vrouw zei dat we haar niet op foto mochten zetten. Ik legde even uit dat ik dat nooit doe -ik heb het niet zo begrepen op mensen op mijn foto’s tenzij ik het bewust doe en dan vraag ik het wel- dat ik het schaap dat daar boven ons hoofd stond te blaten had vereeuwigd. Ze lachte en zei: “ja de schapen wél, ik heb mooie schapen”. Ze was de lammeren -halfwas weliswaar- aan het ontwormen en de border collie had die bij elkaar gedreven en daarom stonden de moederschapen zo te blaten.

We babbelden wat over foto’s, over FB waar we een gezamenlijke hekel aan hadden en ik nam foto’s van de schapen en Luc filmde ze, hoop ik toch.

Ik zette de vrouw niet op foto, een belofte is een belofte.

(Lees verder onder de foto)


Meer foto’s.

Na Auchagallon vonden we de parking van Machrie overvol. Waren we toch vergeten zeker dat we vorig jaar genoteerd hadden dat we altijd vroeg zouden komen. Er valt genoeg te beleven op Arran, dus reden we gewoon wat anders doen en keerden enkele dagen later -in de vroegte- terug naar Machrie. En ja, de parking was leeg.

Om bij de Stone Circles te komen moet je eerst door een weide. Onderweg in die weide kwam een auto achterop. Ik zuchtte. Ik houd niet van auto’s waar ze eigenlijk niet … Ik keek om en keek verbaasd. Ze sprong uit haar auto, zei iets van: “vroeg op stap”.

En ja, ook deze schapen waren van haar. Weer bleven we babbelen en liep er ons al een vrouw voorbij, richting stenen. En al hadden we gehoopt dat we er alleen zouden zijn, kon ons dat op dat ogenblik niet schelen. Het was gewoon een genoeglijk moment.

Het bezoek aan de Stone Circles is altijd goed om met een wat vreemd gevoel terug naar de auto te wandelen, want niemand weet waarom die stenen er staan, niemand weet wat hun bedoeling is geweest en toch moet iemand die reuzen daar zo neergepoot hebben dat ze eeuwen later nog steeds imposant en rechtop in het landschap aanwezig zijn.

We liepen dus in gedachten terug naar de auto, toen de jeep andermaal naast ons stopte, ditmaal gewoon om te vragen of Vlaams nu keltisch of Germaans was.

Ik heb geen foto van de vrouw. Het spijt me. Ik zou hem niet publiceren maar gewoon voor mezelf. We hebben geen gegevens gewisseld. Dat spijt me ook. Maar ik zit zo niet ineen. Mogelijk zij ook niet.


Meer foto’s.

Vestimentair gebabbel

Het is nu eenmaal een feit dat ik nooit echt de mode volgde, gewoon omdat ik vond dat ik wou gekleed lopen zoals ik wou gekleed lopen en dat dan ook dééd. Commentaren en rare blikken konden me niet schelen.

Dat veranderde wat nadat ik met de problemen -die ik hier in de reacties beschreef en die zo wat hier en daar op het 14 jaar oude blog terug te vinden zijn- te maken kreeg.

En dat veranderde terug, toen Luc op een website terecht kwam.

Ik liep dus langs Brodick Bay toen ik ineens door de openstaande deur van een winkeltje de regenjas zag hangen die ik al jaren geleden graag had gehad maar nooit had gevonden omdat hij eigenlijk nogal klassiek Brits was/is. Ik hield mijn pas in, zette een stap terug, keek nog eens, ik had niet verkeerd gekeken. Maar toch liep ik door. Luc, benieuwd geworden door mijn eigenaardig gedrag moest natuurlijk weten wat er gaande was. Hij wou weten waarom ik niet binnen was gegaan. Ik legde uit: ik breder geworden, één jas? Was de winkel binnen stappen niet vragen om een desillusie?

De volgende dag liep Luc de winkel binnen en zei: “gewoon eens kijken”. En ja, twee maten te klein. Maar anderzijds … hij zag er nogal ruim uit. Hij zit als gegoten want natuurlijk nam ik hem mee. Eén exemplaar in een winkel en mij dan nog passen? Dat is voorbestemd.

De ochtend van de Highland Games scheen de zon, maar toch deed ik de jas aan. De app voorspelde regen en al was het wat ongeloofwaardig, ik ging geen risico’s meer nemen. Niemand heeft me raar bekeken, niemand heeft gelachen.

De doedels vertrokken maar ineens boven de vierde en laatste groep, de Maybole Pipe Band -mijn favorieten- gingen de hemelsluizen open. Het goot.

Even dacht ik dat het uit was met de optocht, maar petje af voor die mensen, die doedelden gewoon verder. En het publiek? Dat publiekte verder. Wij dus ook.
(Lees verder onder de foto)


Meer foto’s.

Nadien brak de zon weer door en besloten we toch maar een kijkje te gaan nemen bij de Highland Games.

En voor wie zich nog steeds afvraagt of …

Ze is rood!

Hoeveel kost een eekhoorn?

“Ik wil mijn foto’s terug” zei ik de eerste keer in North Glen Sannox.

Die eerste week hadden we zo wat tussen de buien gelaveerd en we waren er eigenlijk nog goed vanaf gekomen, dank zij de weerapps.

Die middag stond er regen op het programma, maar wij zouden daarom toch niet binnen blijven zeker. Die buien? Ach we zijn niet van suiker en meestal zijn dat buitjes. We vertrokken.

Na één kilometer voelde ik een steentje in mijn schoen. Dat moet er uit, ondanks de miezer die er viel. Nog een dikke kilometer verder kregen we de volle laag. Op een fractie was mijn short doorweekt. Maar we keerden niet terug op onze stappen.

Koppig zetten we door. Wat een nadeel was, ik kon geen foto’s nemen, terwijl ik er vorig jaar zoveel heb genomen. En toen zei ik het, zomaar, zonder dat ik er eigenlijk had over nagedacht: “ik wil mijn foto’s terug!”

Daarna herhaalde ik dat nog enkele keren, daar waar we vorig jaar waren en ik foto’s nam. Een foto hernemen is nooit hetzelfde. Het weer is anders, het gevoel is anders, de sfeer is mogelijk anders of het was nog wat anders.

Zoals die rode eekhoorn, waarover ik me vorig jaar nogal onnozel had gevoeld. Die zou ik toch eventjes gaan hernemen, op de juiste manier deze keer.

Normaal gaan we dan te voet via de Fisherman’s Walk naar Cladagh, de trap op naar het Country Park en zo naar de rangers. Nu waren we met de auto. We parkeerden en wilden door de ingang maar daar bleek dat we ingang moesten betalen als we naar de rangers wilden.

Pardon? Die mannen staan gewoon vermeld in ons boekje bij de wandelingen. Als we de Hamiltons bezoeken op hun kerkhof komen we er gewoon voorbij. Ik legde uit van de eekhoorn.

Niets te doen! We moesten ingang betalen. Ik zuchtte en vroeg hoeveel. “7£ per volwassene” en ze keek me precies wat triomfantelijk. Maar dat kan ik ook. Ik zei: “en dat doen we niet”, draaide me om en liep terug naar de auto. Ze zei nog wat achter mijn rug, dat ik niet verstond.

We volgden de plaatjes waarlangs auto’s het grondgebied moesten verlaten en kwamen toch aan die rangers voorbij zeker.

De rode eekhoorn? Die hebben we niet. Ik wou voor geen geld ter wereld daar stoppen om daar ook nog eens een discussie te moeten aangaan. 14£ verdorie! Daarvoor kan ik er me ene kopen.

Eignlijk denk ik dat er ergens een misverstand in die hele toestand zat, maar ik kan er zo niet direct de vinger op leggen.

Luc stelde ’s avonds voor om nog eens te voet, zo langs de Fisherman’s Walk, maar ik zei: “neen”. En ik vervolgde: “ik wil gewoon mijn foto’s terug.

Wat was er nu loos met die foto’s?

Ik had, sedert ik mijn fototoestel had, al mijn foto’s op een losse harde schijf. Omdat dat niet veilig is maakte ik dat Flickr account aan, maar ik had niet de tijd om dat jaar foto’s er op te zetten, we hadden toen nog een evenement.

En daar heeft mijn externe harde schijf de grond gekust.

Nu staan er wel veel van die foto’s op het blog, van elk onderwerp de beste, maar er waren er veel meer.

Wat North Glen Sannox van dit jaar betreft, we werden nat tot op ons vel. Maar we hebben de wandeling toch afgemaakt.


Meer foto’s.

The Sailor’s Grave

John McLean stierf op 12 augustus 1854. Dat deed hij aan boord van een schip. De scheepsmaten wilden hem op het kerkhof in Lochranza begraven.

De inwoners van Lochranza echter weigerden daarvoor toestemming te geven, uit angst dat de dode John McLean “The Plague” (cholera) in hun dorp zou brengen. De matrozen gingen met hun verzoek naar Catacol, waar ze ook nul op het rekest kregen, precies omwille van diezelfde angst.

Uiteindelijk werd overeengekomen dat de dode kon begraven worden langs de kant van de weg tussen beide dorpen. Het graf bevindt zich daar nog steeds.

Later werd het de gewoonte dat mensen, wanneer ze voorbij kwamen, een kei van het strand op het graf legden als teken van respect en mogelijk als verontschuldiging omdat hij niet op één van beider kerkhoven te ruste werd gelegd.

Zo hoorde ik het verhaal, al blijken er nog andere versies te zijn.


Meer foto’s.

Voordeel en nadeel

We zaten een beetje gewrongen met het eten. Omwille van een probleem dat we pas twee dagen vóór vertrek te weten kwamen, konden we niet zomaar eten wat we anders aten. We pasten ons dus maar aan.

Dat begon al voor we vertrokken. We aten wat mocht en bleven van de rest af.

Groot was mijn verbazing toen ik op onze bestemming aankwam en me realiseerde dat mijn short aan de losse kant zat.

Wat was er gaande? Ik voelde me vermageren, écht!

Ik had gehoopt dat het spectaculaire van de eerste twee dagen zich zou doorzetten, maar dat deed het jammer genoeg niet, het stabiliseerde.

Verdorie toch!

Geen reiger

We hadden het brugje nog nooit gezien, maar Luc wilde even een nieuw bord lezen dat ze daar hadden neergepoot en zo ontdekten we het.

We ontdekten nog meer. Onder de brug zat een reiger gewoon mooi te zijn. En ik had het fototoestel niet bij me en Luc zijn camera niet. “Altijd meenemen” zegden we “zelfs als we naar de Coop komen”.

Jammer maar helaas, we zagen reigers genoeg maar niet meer daar onder die brug. En die brug deden we haast dagelijks aan, gewoon om te kijken of hij …

Soms nam ik nog maar eens een foto zonder reiger. Die foto’s krijgen dan wel allemaal als titel: “geen reiger”.

Pas thuis, dat is twee weken later, vraag ik me af waarom ik het beest niet met mijn gsm fotografeerde. Meestal denk ik daar op tijd aan. Die keer niet.

Verloren kansen blijven ook wel lang in het geheugen.


Meer foto’s.

Langzaamaan

In realiteit was die vakantie in een zucht voorbij, maar de nabeschouwingen kunnen wel rustig aan.

Te beginnen bij het begin was er natuurlijk eerst de rit naar IJmuiden.

Eigenlijk is die het vermelden niet waard, ware het niet dat ergens nà Schiphol we een brand zagen, de foto’s geven de realiteit niet echt weer, in het echt was het veel en veel erger.

Maar nergens maar dan ook nergens hebben we enige vermelding van een brand in de buurt van Schiphol of Haarlem gevonden. En geloof me, er hebben ons meerdere brandweerwagens gekruist.


Meer foto’s.

Eigenlijk had ik een beetje laat de Calmac geboekt, zodat we verplicht waren om een ferry te nemen die ons wat te vroeg op het eiland afzette … en daar regende het.

Gelukkig had Luc ergens wat gelezen over de Cricket Fun Day en interesseert hij zich wel voor alle sport, zodat we vanuit onze persoonlijke loge -de auto kon zo naast het speelterrein- een poosje de wedstrijd volgden. We bleven niet tot het einde. Maar in de Arran Banner konden we een volledig verslag lezen.


Meer foto’s.

Nog even

Ondanks de planning om me zodra we thuis waren op de foto’s te storten, ze op Flickr te zetten en onmiddellijk één en ander te gaan vertellen, kwam het er niet van.

Ik kan dat blijkbaar niet. Het lijkt wel of alles eerst moet bezinken eer ik het er over kan hebben, dat het allemaal eerst nog even van mij alleen moet zijn eer ik het wil delen.

Eigenlijk is het gewoon nagenieten.

Mag het?

Als alles goed is

  • meren we vanmorgen om 09.30u in IJmuiden aan;
  • komen we deze namiddag ergens thuis;
  • heb ik een koffer vol verhalen mee;
  • staat er morgen weer een actueel logje op het blog.

Bij het plannen bedacht ik dat zoiets schrijven toch wel op miserie roepen is.

De voorbije twee weken en enkele dagen stonden er enkel vooraf geplande logjes klaar. Ik schrijf niet op vakantie. Maar ik laat het blog ook niet aan zijn lot over. Dat vind ik namelijk ook op miserie roepen. Wie weet welke stiekemerd op het “aha! Niet thuis!” idee komt.

Maar om het nu met beeldspraak te zeggen: “na zolang diepvrieskost snakt het blog wel eens naar verse producten”.

Daarmee wil ik niet zeggen dat ik blij ben dat de vakantie er op zit. Als alles goed is helemaal niet zelfs. Ik zou daar best wel blijvend kunnen wonen. Maar dan zou de hele gecamoufleerde afwezigheid helemaal niet nodig zijn.

Als alles goed is … tot straks!

Clubleden met een verleden

Bij het uitsorteren voor de eerste rommelmarkt van deze zomer, kwam ik tussen het speelgoed dat Amke, Ella en Bollie in november bij elkaar hadden gezocht toch het bezempje tegen. Ik dacht: “dat gaat niet naar de rommelmarkt”.

Waarom? Ooit veegde het bezempje een resem herinneringen bijeen, tot het kapot ging. Dat het ons indertijd al ter harte ging is een feit, in die mate dat we dan ook alles op alles hebben gezet om het te herstellen.

Het stond hier dan ook toen Amke en Ella kwamen en ze wilden het verhaal van het bezempje kennen en lazen het blog. “Maar hoe kom je erbij om een paard Big te noemen?” vroeg Amke aan Ella die het natuurlijk ook niet meer wist.

Van het ene kwam het andere. Ik vertelde over Zjollizjumde en de chocotoff. Maar die stond op zolder. Die had ik destijds ook niet willen wegdoen.

“Maar oma” begon Amke “wij hadden toch ook eens zo een bever hier?” Inderdaad. De bever was oorspronkelijk ook van Zoneke en had dus ook al de nodige avonturen meegemaakt. Maar die heeft nooit de badkamer willen verlaten, watergek als bevers zijn.

“Die ligt nog op de badkamer” zei ik.

“Aha” wist Amke “die hoort ook bij de club”.