Hoe zou het in Biafra wezen?

Mijn maag is altijd al een zwakke schakel geweest.

Meestal, zelfs als kind al, begon het met een blokkeren waardoor ik hoofdpijn kreeg, misselijk was en gewoon moest afwachten tot wanneer ze weer in actie schoot.

Thuis bekeek men mij als een aansteller. Als ik het kreeg, gingen ze grapjes vertellen en wee mij als ik daarmee kon lachen. Dan was het niet echt.

Ergens in de ’70-80’er jaren -zeker en vast nog vóór 1984- sprak ik er de huisdokter over aan. Zijn antwoord was sneller en gemener dan verwacht. Hij zei: “In Biafra zullen ze daar geen last van hebben”. Ik sukkelde dan maar verder, zweeg over mijn maag en doorstond.

Tot ik het er bijna twintig jaar later terug eens met een huisdokter over had. Die vertelde dat het een vorm van migraine was. Of mijn maag nu oorzaak of gevolg was, heb ik er nooit kunnen uit opmaken.

Toen ik in 2000, telkens ik at, een verschrikkelijke pijn kreeg aan die maag en er bleef mee lopen tot na mijn scheiding schreef de dokter me een gastroscopie voor. Er zat een ontsteking tussen de slokdarm en de maag zelf. Ik nam medicijnen die ik enkel na akkoord van de ziekenkas kon verkrijgen.

Naarmate ik minder stress had -feit waarvan de oorzaak waarschijnlijk bij Luc te zoeken is, hij is nu eenmaal geen zenuwslopend iemand- en na de menopauze werd het blokkeren, de mogelijke migraine en alle oudere problemen ineens miniem. Mijn maag gedroeg zich.

Maar zo een jaar of twee geleden dook die verschrikkelijke pijn weer op. Deze keer niet telkens bij het eten, maar wel onverwacht en onvoorspelbaar.

Ik ging opletten wat ik at. Er zat geen patroon in. Ik zwoer de cola -nog maar eens- af en hoopte dat het zo zou overgaan.

Toen het dat niet deed, sprak ik er de huisdokter over aan. Deze zocht het dichter bij huis. Hij zei dat ik naar psycholoog moest, het zit volgens hem tussen mijn oren.

Dokters en ik, dat gaat niet. Ik heb haast nooit een dokter nodig. Er zijn veel jaren voorbij gegaan dat ik niet naar een dokter ging. Maar als ik ze nodig heb, behandelen ze mij als een hypochonder. Ik heb trouwens nog zo een kastje naar de muur-verhaal, dat houd ik wel voor morgen, of zo …

Luc wil nu dat ik rechtstreeks naar de kliniek ga. Ik weet het zo niet. Ik ben het een beetje beu dat men mij bekijkt als een aansteller.

Intussen kauw ik wel een Gavisconneke … of twee …

Een andere aanpak

Het eerstvolgende boek dat ik koop, voor zover ik in de Kringwinkel geen ander interessant koopje tegenkom, zou wel eens “Geef dat kind een slok jenever” van Dorine Hermans en Els Rozenbroek kunnen zijn.

Waarom? Omdat in mijn kindertijd het rattenkot ook nog als dreigmiddel gebruikt werd?

mske zat in het derde kleuterklasje en ze leerden een gedichtje of toneeltje maar in elk geval moest mske bij Polleke appels gaan kopen en ze zei: “Neen”. En de zuster wilde haar in het rattenkot steken en voor de deur vroeg de zuster of ze nu appels ging kopen en mske hield stand, ze zei: “Neen”. Gelukkig was het middag en moest ze naar huis! Vies rattenkot!

Doorzicht en logica en een simple vraag; “Waarom niet?” hadden hier een oplossing gebracht want waarom wou mske niet? Wel simpel! Polleke hàd helemaal geen appels!

Niet helemaal daarom alleen.

Maar hier ergens tussen mijn concepten staat het nooit begonnen logje: “Kinderen zijn big business”. De grote commercie heeft de weg naar de kinderwereld gevonden.

Ook nog omdat opvoeden blijkbaar de taak van de kinderen is geworden, als je ziet dat ook op de reclame voor de verkeersveiligheid de kinderen beloftes van hun ouders gaan afdwingen. Zo werkt het niet. De ouders moeten hun kinderen leren wat wel en wat niet kan, wat wel en wat niet hoort, wat wel en wat niet mag. Ze zijn er niet alleen om hun portemonnee open te trekken als een kind zijn mond opentrekt.

Het rattenkot hoeft niet, de nieuwe trend ook niet.

Het boek heeft het over nog meer van die oudere opvoedingstips. Een slok jenever heb ik nooit gehoord. Over een tut die even in jenever gedoopt werd, hoorde ik wel nog. Mijn moeder vond dat namelijk ongehoord.

In het paskotje

Ik stond zo wat concepten te passen, maar hing ze één voor één onverrichter zake weer op in het conceptenvak.

Er waren meerdere redenen waarom ik het op dat ogenblik niet zag zitten om er over te schrijven:

  • Over weemoed schrijf ik enkel als ik blij ben, anders riskeert het te zwaar uit te vallen.
  • Herinneringen die er enkel zijn, zonder een meerwaarde, spreken niet aan.
  • Verhalen die nog niet af zijn vergen een vervolg.
  • Het gegeven staat al veel te lang in concept, de mot zit er al in.

Gelukkig vond ik nog een bruikbaar niemendalletje op de internetgazet: “Eén op zeven jongeren plaatst tijdens hun vakantie nepfoto’s op sociale media.

  • Voor zover het sociale van de media.
  • Voor zover het vakantiegevoel op vakantie.
  • Voor zover het vriendjes zijn.
  • Voor zover het gebrek aan inhoud van dit postje, het is zo leeg als de hoofden der leeghoofden.

Knots en boem

Naar aanleiding van de moord op Anne Faber en de woede over een falend rechtssysteem, die daaruit voortvloeit, wil ik een klein verhaaltje vertellen, een beetje simplistisch weliswaar, maar ik heb geen zin om geschiedenisles te geven.

In de tijd van knots en boem leefde er eens een sterke man. Hij nam een minder sterke terzijde en zei: “Ik ben de baas”. Die lachte wat en vertelde de sterke wat hij voor zijn part kon doen. Knots en boem, de lacher had gedaan met lachen en was voor de rest van zijn leven afhankelijk van de sterke, mits afstand van een deel van have en goed.

Natuurlijk ging het verhaal rond en iedereen bezag de sterke met ontzag. In plaats van allen samen de sterke aan te pakken, gingen ze slijmen en beloofden de sterke een deel van hun opbrengst mits hij hun veiligheid zou garanderen.

Eens dat voor elkaar ging de sterke met gevolg naar het verder gelegen dorp en zei: “Ik ben de baas”. De dorpelingen lachten, de sterke gaf bevel tot knots en boem en de dorpelingen lachten niet meer. De sterke pakte have en goed.

Op deze manier werd door de eeuwen heen verder betaald voor veiligheid. De sterke, die ondertussen als de heer door het leven ging, eiste een deel van alles. Getuige daarvan zijn de tiendschuren die nog overal overeind blijven staan zijn. Zolang je op het grondgebied van de heer woonde kon je bij gevaar rekenen op de steun en als het fout ging was er rechtspraak. De straf? Gewoonlijk was dat wel knots en boem.

Het systeem bestaat nu nog, zij het gemoderniseerd en geciviliseerd. Maar waar is onze veiligheid en onze bescherming als veroordeelden, die tot elf jaar veroordeeld zijn, na luttele jaren vrij rondlopen en niet gecontroleerd worden (TBS) omdat zij beslisten dat ze hun psyche niet willen laten onderzoeken?

De verwijzing in de reacties betreft dit artikel aangaande een vermoorde studente in Luik. Dat vind ik echter nog van een ander allooi. Een kerel die in zijn blootje voor de deur verschijnt vind ik persoonlijk nog steeds minder erg dan ene die je, op welke manier dan ook, aanraakt. Het verschil is dat de blote ondervraagd zal worden en de aanraker wordt weggelachen.

Naslagwerken

Als kind keek ik altijd vol bewondering naar de encyclopedie die in de kast mooi stond te wezen. En als er dan een vraag rees en mijn vader de kast opende en er een deel uithaalde leek het haast een magisch moment.

Later mocht ik zelf de boeken pakken en opzoeken. Toch bleef het een zekere magie behouden. De encyclopedie werd pas gebruikt als alle mindere mogelijkheden waren uitgeput.

Ik heb altijd gezegd dat ik ook een encyclopedie wilde, alle wijsheid samengevat in dikke boekdelen.

Ik heb er geen, nooit gehad trouwens omdat ik me realiseerde dat een encyclopedie ook verouderde, dat er nieuwe wijsheden waren die niet in de oude versies stonden.

Met internet kwam Wikipedia, de encyclopedie die telkens bijgewerkt wordt. Ik gebruik Wikipedia, meer dan de echte in boekvorm waar toch altijd enige schroom bleef als we hem uit zijn schrijn haalden.

Een tweetal jaren terug stond er een melding dat Wikipedia hulp nodig had om advertentievrij te blijven. Dàt zou er nog aan mankeren en ik gaf met graagte.

Dit jaar kreeg ik een mail, of ik het zag zitten om nogmaals een klein bedrag te storten. Dat deed ik.

Gisteren merkte ik de nieuwe oproep.

(Lees verder onder de afbeelding)

Ik probeer me voor te stellen hoe de oude encyclopedie er zou uitgezien hebben met publiciteit er in. Dat zou ik nu eens doodzonde gevonden hebben. Hij was dan wel aangekocht, maar blijkbaar was het naslagwerk in die tijd van lang geleden wel erg duur.

Naar Ramsgate

Er komt opnieuw een ferry van Oostende naar Ramsgate. Persoonlijk herinner ik me enkel een ferry van Oostende naar Dover. Maar kom, opnieuw een ferry vanuit Oostende … ik vind dat goed nieuws.

Op Brits grondgebied zou het niet zo veel verschil uitmaken. Maar hier is het dan wel gedaan met kilometers rijden vooraleer op een boot te geraken.

Nu is het eigenaardige wel dat ik in het oorspronkelijke bericht meende gelezen te hebben dat ze in maart 2018 met vrachtvervoer zouden beginnen en in de zomer van 2019 ook passagiers zouden meenemen. Maar nu vind ik enkel een artikel waarin vermeld staat dat passagiers enkel in de vakantiemaanden van de dienst zouden kunnen gebruik maken.

Ik heb nooit geweten wanneer de lijnen ermee gestopt zijn. Blijkbaar was dat in 2013.

Voor wat mij betreft, hoe rapper hoe liever, al lijkt het er op dat er nog heel wat uitgewerkt moet worden.

Doofpotten en dove potten

Er waren in de voorbije jaren al wel meerdere voorvalletjes van -zogezegd per toeval- aanrakingen door mannen. Eerlijk gezegd denk ik dat ze niet zo per toeval waren maar bewust. Maar dat kan je niet bewijzen natuurlijk.

Natuurlijk zei ik er wat van. En wat me opviel was dat ze me compleet negeerden. Of ze hoorden me niet. Dat kan ook natuurlijk. En dan ben ik diegene die een hoorapparaat nodig heeft.

Eigenlijk had ik dit niet op deze manier willen brengen, eigenlijk had ik het er helemaal niet over willen hebben. Maar nu, als gevolg van die grote heisa in Hollywood, wou ik het toch efkes aanhalen. En dan blijkt ineens dat veel mensen -meestal mannen- zich afvragen waarom die vrouwen er pas nu mee op de proppen komen, nu ze hun carrière hebben uitgebouwd.

Als je van een bepaalde generatie bent, weet je dat er tijden waren dat zoiets uitbrengen zich tegen jezelf zou keren. In die tijd werd het slachtoffer geschoffeerd. Ook als je niet als actrice werkte en je vertelde het aan een vertrouwenspersoon kreeg je het antwoord dat je er moest aan denken dat je een lening had af te korten.

Het antwoord op die waarom-vraag is dus simpel: een vrouw alleen wordt niet gehoord, het is pas als ze met meerdere zijn dat hun stem luid genoeg klinkt.

Eén auto gedeeld door twee

Het verhaal van wel een auto – geen auto meer – terug een auto staat op het blog, respectievelijk te vinden op de gepaste tijdstippen.

Waar het nu om gaat is dat ik, voor we die auto wegdeden, eigenlijk meer achter het stuur zat dan Luc.

Toen we zonder auto waren, hebben we één keer een auto gehuurd, ik reed.

Toen we deze auto binnenhaalden, reed ik er één keer mee. Van hier naar Bollie en terug.

Dat wil zeggen dat ik sedert ergens mei 2010 in totaal twee keer met een auto gereden had toen Luc die gal moest laten uithalen en niet mocht rijden. Natuurlijk was dat geen probleem, autorijden verleer je niet zomaar.

Maar nu vroeg ik me toch af: “hoe komt zoiets toch?” Het zit hem niet in de chauffeur, het ligt bij de auto. We zien gewoon op de moeite om die auto om te bouwen om van bestuurder te wisselen.

Denk maar aan spiegels, aan beenlengtes, de onhebbelijke gewoonte van (sommige? De meeste?) mannen om die rugleuning achterover te hellen, net of ze gaan opstijgen, …

Maar het zou geen waar meer zijn, ik zou het niet meer laten gebeuren. Meer nog! Ik kocht me een speciaal autokussen want al zit ik niet te laag, ik vind het niet hoog genoeg.

Een week mocht Luc niet rijden. De dagen erna reed ik ook nog. En dan opeens had hij een afspraak en verbouwde het ganse interieur van die auto terug naar de lange-benen-stand.

Het kussen ligt nog ongebruikt op de achterbank.

De lokale surveillanten

Als ik in de krant lees dat de politie onze verplaatsingen met de auto een jaar wil bijhouden en dan zie dat men daar over valt omdat op die manier de privacy geschonden is, vraag ik me af waarom ik dan dagelijks in de internetgazetten iets kan lezen of zien dat stiekem door één of andere gefilmd is.

Meestal gaat dat nu precies wel over het verkeer -gefilmd met een dashcam- en daar blijkt niemand iets op tegen te hebben.

Maar het beperkt zich niet enkel tot het verkeer en gaat ook nog iets verder:

  • een marathonloper, die toch een puike prestatie neerzet, wordt ineens voor een andere reden in de krant gegooid. Indertijd had men zoiets met de mantel der liefde bedekt. Van dat “der liefde” ben ik niet echt zeker.
  • een professor, die geen blad voor de mond neemt, wordt gefilmd door een student. Zij moest dat niet zeggen, hij moest niet filmen.

Dagelijks! Of zo goed als! Heeft de hele wereld nu echt niets anders te doen dan constant te lopen filmen en fotograferen in de hoop de gazetten te halen?

Ik ga hier van beide laatste voorbeelden geen afbeelding zetten.

  • Weet waarop je klikt als je de eerste link gebruikt.
  • Op de tweede wil ik niet gevonden worden.

Vind ik dat nu goed van dat bijhouden van verplaatsingen? Ik weet het niet. Enerzijds kan het me niet schelen, als het echt voor de veiligheid is. Anderzijds krijg ik een beetje de kriebels van een doorgedreven surveillance. Na mijn moeder en de nonnen op school heb ik daar een beetje mijn buik van vol.

En stellen dat het niet erg is als je toch niets misdoet, is compleet naast de kwestie.


Kunstwerk van Zabou.
Creative Commons Licenses
.