Ofzowiet

Omdat Luc maar bleef zeggen dat wat hij aan zijn voet voelde niet voor 100% overeenstemde met hielspoor en de oefeningen die hij deed uiteindelijk niet zoveel soelaas brachten als gewenst, ging hij woensdag naar de dokter.

De Latijnse benaming “Fasciitis Plantaris” blijkt wel juist, maar de Nederlandse benaming “hielspoor” in zijn geval dus niet.

Hij heeft een peesplaatontsteking. Hij mag/moet dezelfde oefeningen doen, dezelfde behandeling voortzetten, maar zeker 6 weken niet wandelen en hij zou best gelzolen aanschaffen.

“Je weet alles al” had de dokter gezegd, maar hij legde toch maar uit dat zich bij hielspoor een kalkvorming voordoet wat bij peesplaatontsteking niet het geval is.

Voor zover het verslag dat Luc klaar en duidelijk overbracht.

Eventuele andere behandelingen blijken er ook te bestaan, maar wat die inhouden? Joost mag het weten, want daarover begon Luc wel te vertellen dat ze bestonden, gevolgd door een halfklare uitleg om te eindigen met: “ofzowiet”.

Koe doet kak

En nu alle serieuzere concepten uit de weg, hier komt een zeer belangrijk iets te staan dat écht niet kan wachten.

Ik keek raar op toen ik in de Metro las dat de moeder van een kleuter boos was wegens de woordkeuze in een oefentekst. Er stond namelijk:

ik mep rik

en

koe doet poep

en

poep op roos

Ik geef die moeder gelijk. Oh neen, niet om dat: “ik mep rik” want een mep is eerder speels in tegenstelling tot: “ik sla rik”. Ook niet over het woord: “poep” maar wel over: “koe doet poep”. Maar wat ik bedoel is niet wat die moeder bedoelde.

Even vertalen in het Vlaams: “koe doet kak”. Wie spreekt zo? Kleuters! Moeten we hen dan niet leren dat het moet zijn: “koe kakt” of in het Nederlands Nederlands: “koe poept”?

En wat die juf zegt is er ook een beetje naast:

Bovendien hebben kinderen in het begin van het eerste leerjaar nog niet veel letters geleerd. De juf moet puzzelen om woorden te vinden die de kinderen al kunnen lezen.

Niet genoeg letters kennen is hier geen argument aangezien de “T” toch wel de laatste letter van “doet” blijkt te zijn.

Verder kan het me geen drol schelen hoe men in de scholen een koeienvlaai wil noemen, zolang het maar niet te gortig wordt.

En wat het grappige betreft:

“Sommigen zeggen de hele dag ‘poep’ voor de grap”, vertelt ze.

Iedereen weet, denkelijk wel, dat kinderen door zo een periode gaan. Maar waarom vinden ze die woordjes zo grappig? Omdat ze meestal te horen krijgen ze het daar niet mogen over hebben. En wat niet mag, dat is pas interessant!

Dus koe, doe wat je wil, maar doe het tenminste op een ordentelijke manier … en als het kan niet op een roos!

Een struikelblok

Ik wou eens voorzichtig iets proberen aan te kaarten al besefte ik wel dat ik me op glad ijs zou begeven, maar kijk, ik ben altijd een beetje naïef geweest en zal dat ergens nog wel zijn.

Het begon met een krantenartikel. Ik had er mijn bedenkingen bij. En daarna kwam er nog een krantenartikel waar ik mijn bedenkingen bij had en als gevolg van dat tweede, kwam er nog een derde.

Toen dacht ik: “Ik schrijf er over” en uiteindelijk vond ik het ijs toch maar te glad, want als je over dat onderwerp begint moet je oppassen dat je niet gaat struikelen over terminologie die niet geaccepteerd wordt.

Bovendien is er ook nog mijn naïeve kant die het waarschijnlijk helderder ziet dan het in werkelijkheid is.

Het waren krantenartikels over geslachtsneutraliteit, beter bekend als genderneutraliteit. Maar wie heeft in ’s hemelsnaam dàt woord ineen geflanst?

Auto’s in stads- en/of winkelcentrum

We staan aan het begin van iets waar blijkbaar niet goed werd over nagedacht bij het begin van iets anders dat wel al uitgevoerd werd.

Toen ze ons met circulatieplans van her en der rond de oren sloegen had ik al gedacht dat je je, als je in een stad met circulatieplan ging winkelen, wel als een muilezel zou gaan voelen. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat wij, al lang vóór die circulatieplans er door kwamen, de auto aan de rand van de stad achterlieten, maar wij zijn dan ook geen fervente winkelaars.

Winkelen was nooit mijn favoriete bezigheid en dat is een onderdrijving. Ik mijd het indien mogelijk. Dat wil ook zeggen dat die grote winkelcentra -waar je toch steeds dezelfde winkels vindt- niet mijn voorkeursbestemmingen zijn, maar die, gezien de circulatieplans, wel degelijk voorrang zullen genieten bij hobbyshoppers en dat net omdat die complexen voorzien zijn van ruime parkings.

En nu begint men in de steden -de kleinere stadjes dan- op te merken dat die winkels van de periferie wel eens schadelijk zouden kunnen zijn voor de handelaars in het centrum. Hoe het er in het algemeen aan toegaat, ik weet het niet. Het nieuws bereikte ons enkel uit Diest en via ROB-TV vernamen we dat ook Aarschot en Tienen stappen ondernemen.

Er zullen er nog volgen … als het al niet zover is bij andere minder grote steden.

We vermelden hier niet zo gauw iets wat wij als onze private levenssfeer beschouwen maar waar wij wél winkelen vind ik daar niet echt onder vallen.

Als wij iets nodig hebben -enkel en alleen dan- en afhankelijk van wat we nodig hebben, overwegen we “Het Gouden Kruispunt”, de winkelstraat in Hasselt en/of een speciaalzaak waarbij we altijd het nuttige aan het aangename paren.

Criminele geesten

Enkele maanden geleden, keken wij -in een lamlendige bui- naar een paar afleveringen van: “Criminal Minds”. Dat het echt wel ging over een reeks van 13 in een dozijn die zo snel mogelijk ingeblikt werd, was al snel duidelijk.

Niets om over na te denken, zou je zo denken.

Maar niets is minder waar. Wij begonnen er een patroon in te zien. Al die afleveringen zijn quasi hetzelfde al heten de slachtoffers anders. Elke aflevering had een gegeven, het weerkerend patroon van profiel schetsen waarbij de hoofdrolspelers steeds weer op quasi ongeforceerde wijze op elkaar inspeelden en dan de afloop. De rest van de tijd werd opgevuld met het vertonen van gefolter en vernedering van de slachtoffers waar het over ging.

En ik dacht: “ze lijken er wel op te kicken”.

Mogelijk is dat wel zo en hebben sommigen van die scenarioschrijvers ook een criminal mind en vinden ze in dat soort reeksen een uitlaatklep. Dan kan je er inderdaad beter over schrijven en/of filmen dan het effectief te doen, maar uiteindelijk geeft me dat het idee dat echte criminelen er toch maar inspiratie mee opdoen.

Voor ons hoefde het al snel niet meer.

Het huwelijksaanzoek

Ergens op een plein viel wat te gebeuren en wij waren daar ook bij.

Na de voorstelling, neemt iemand de microfoon over en vraagt -en plein public- zijn vriendin ten huwelijk.

De hele meute begint in de handen te klappen, ik had zin om “awoerd!” te roepen, omdat het gebeuren zelf er niet meer leek toe te doen, al was het dan wel dat waarom wij op dat plein waren.

Wat heb ik er een hekel aan dat ze mij ongevraagd tot toeschouwer voor hun leven gaan bombarderen. Romantisch vind ik dat niet.

Ik zei het al meer, een huwelijksaanzoek is een zaak tussen twee mensen. Dat één van beiden -meestal mannelijk- dan nog op één knie gaat zitten als moet hij er om smeken, wat ook al een overgewaaide gewoonte is, maakt het hele voorval nog idioter. Want eens getrouwd staat er niemand meer op een pied de stalle maar mag je opruimen, het kot kuisen, eten maken en verwachten ze dat je hun vuile onderbroeken wast.


Saltooo

De uitingen van blijdschap

Na drie dagen afwezigheid slaat het ontvangstcomité bij thuiskomst op hol.

Sloef, de enige kat des huizes, lijkt ineens wel vertienvoudigd te zijn. Hij loopt voor je voeten als je de keuken in wil, koffers naar boven zeulen is niet gemakkelijk, want hij helpt wel mee, voor je voeten weliswaar.

Bovendien heeft hij dan net zin in spelen. Hij maakt lawaai als een kudde olifanten terwijl hij op vier poten tegelijk voor je uitspringt of roffelt de houten planken als hij er een spurtje inzet om zich dan plots om te draaien en te kijken of je hem nog volgt.

Door de constructie van ons huis kom je ineens, bij het van de trap komen, met je gezicht voor de spijlen van de overloop te staan waar dan ineens een kat met kwaaipetterij in zijn vel je staat op te wachten om je ineens een pets op je toot te verkopen.

Als dat bij Luc is stoot die een oerkreet uit van het schrikken.

Ik heb gisteren gewacht … en gehoopt, maar blijkbaar was ik gisteren alleen zijn slachtoffer!

Kaderpuzzel

Het is een beetje een weinig zeggend logje, maar ja, het werd weeral gepland en op voorhand geschreven, wat maakt dat ik me er dus een beetje gemakkelijker vanaf maak, al was dat van gisteren wel een hele boterham omdat ik alle logjes uit het verleden moest opzoeken en sommige van die afbeeldingen ook nog moest aanpassen.

Dit nu gaat gewoon over een afbeeldingske. Ik was zoekende naar iets al weet ik niet meer wat, toen ik het zag en dacht: “Hé! Dat lijkt wel …”

Om nu het verhaal begrijpelijk te maken, moet ik teruggrijpen naar iets uit het verleden, waar ik schreef:

ze kochten nog het één en ander maar mske zegt dat ik ook niet alles moet vertellen.

Dat één en ander was een kerstkader waarvan je de lichtjes kon aansteken en Luc wou die hebben. Ik herinner me wel dat ik oorspronkelijk mijn bedenkingen had, maar ik ben geen alleenheerser en ik was toch ooit zelf in de ban geraakt van het schaap in de Colruyt, dat ik ook mee naar huis heb genomen.

Vorig jaar werkten de lichtjes niet meer, maar ondertussen hoorde dat kaderke toch al bij de geaccepteerde kerstdecoraties en hing ik het op zonder lichtjes.

Toen ik de kerstboom zette, controleerde ik en inderdaad de afbeelding die ik vond was die van een puzzel waar krak hetzelfde kerstlandschap op staat.

Misschien moet ik die eens aanschaffen, maar ik vrees dat Luc het meer heeft voor lichtjes dan voor puzzelen, al bleek het repareren van die lichtjes ook een -onmogelijk- gepuzzel. Ze lichten dus nog steeds niet.

Verhaalkes: leren of lezen

Het kwam al meer aan bod, dat ik graag naar musicals keek. De meeste ben ik vergeten maar een absolute favoriet was altijd al: “Joseph and the amazing technicolor dreamcoat, in die mate dat ik kort na voorgaande de DVD heb aangeschaft.

Die stond hier dus zo al die jaren in de kast te staan, tot ik er vorige week ineens weer aan dacht en hem nog eens ging bekijken.

Schoon verhaalke toch en het komt uit de bijbel en wij hebben in de school al die bijbelverhaalkes tot vervelens toe geleerd, in het lager- en we kregen ook wel godsdienst en liturgie -kinderen van 10-11 jaar- en nu denk ik, al lang geen 10-11 jaar meer zijnde, dat ze ons beter buiten hadden laten spelen.

De sprookjes van Grimm en de “Fabels van Jean de La Fontaine” heb ik pas later gelezen.

Schoon verhaalkes uit de bijbel hadden ze er ook niet moeten inproppen, die kon ik ook achteraf gelezen hebben. Er werd niet van allemaal een musical gemaakt.

De brief

Sinterklaas komt hier niet meer, maar ik heb toch maar een brief geschreven en in mijn schoen gelegd en die zomaar aan de voordeur gezet.

Ik vroeg een smartphone en ik bepaalde ook welke. Ah ja, ik had me daar vorig weekend een beetje in verdiept en me suf gepiekerd en de oplossing was in de schoen gevallen.

Vanmorgen ben ik vroeg opgestaan, heb ik die brief gepakt, schoen opgeruimd -gelukkig had ik er geen wortel in gestopt- en die brief gelezen.

Sinterklaas liet me weten dat hij dat goed had genoteerd, maar dat ik toch nog een paar daagskes geduld moest oefenen eer de piet van onbestemde kleur die telefoon hier aan de deur zou bezorgen … of wou ik die liever in een afhaalpunt?

Ik koos het afhaalpunt, stel je voor dat zwarte Piet hier voor de deur zou staan, wat moest ik dan? Die doorsturen? Met smartphone en alles.

Nee toch!