Beter thuis blijven

Een poos geleden las ik dat je moest oppassen voor tandenstokers tussen je deur. Het zou een truc zijn die gebruikt wordt door dieven. Als die tandenstoker lang blijft zitten zou dat aantonen dat ze gerust hun slag kunnen slaan aangezien dat wijst op een langere afwezigheid.

Ik las het bericht en vroeg me af wat je moet doen als je altijd langs de achterdeur naar binnen gaat. Dan kan je voor de verrassing van je leven te staan komen. Vraag is wie dan het hardst zou schrikken.

Ik wist niet dat ik moest afwachten tot er een bericht in de krant kwam dat het zich ook in onze regio voordeed vooraleer te de deuren te controleren, maar ja, Vlaams Brabanders zijn misschien goede verstaanders.

In elk geval, de vraag blijft: wat doe je als er een tandenstoker tussen je deur steekt tijdens je vakantie? Dan zie je dat toch niet. Er wordt telkens weer aangeraden om je vakantieperiode stil te houden.

Als je op vakantie wil, kan je de politie vragen om zo dagelijks eens te komen controleren. Kwestie van het tijdstip van vakantie niet aan de grote klok te hangen, natuurlijk.

De bezemkast

Ze hebben hun slag thuis gehaald, de hotels die eisten dat Booking.com niet meer mocht eisen dat zij geen kamers aan een lagere prijs aanbieden.

Er is veel voor te zeggen, het is nogal unfair om prijzen te gaan vastleggen, maar anderzijds …

Ze zeggen dan wel dat je, als je rechtstreeks bij de hotels zelf boekt, een lagere prijs kan bekomen. Ik heb dat nooit meegemaakt, integendeel.

Ik heb wel geweten dat mensen die via Booking.com boekten in de achterafkamertjes en bezemkasten met een bed er in worden gedumpt. In België en Nederland loopt het natuurlijk niet zo een vaart, maar eens verder kan je beter niet naar de goedkoop maar naar de reputatie kijken.

Ik ben pro Booking.com. Het geeft je toch altijd een veiliger gevoel als je ergens op kan terugvallen.

Het is een beetje gemakkelijk om de site te gebruiken om je hotel vol te krijgen. Maar zoals iedereen weet: elk voordeel heeft nu eenmaal zijn nadeel.

Zomergriep houdt vakantie

De dokter staat er op dat we een griepprik halen in het najaar. Tegen mij zegt hij dat ik dat moet doen voor Lucs welzijn omdat hij nogal gevoelig is voor bronchitis. Ondanks dat is Luc nog steeds gevoelig voor bronchitis.

In elk geval, had ik de voorbije winter helemaal geen griep noch andere winterkwaal, zelfs geen verkoudheid.

Vorige week na een lange -fantastische maar zware- tweedaagse had ik zo precies een prop in mijn oor en in de auto onderweg naar huis hoorde ik stemmen. Niet dat ik gek werd, ik verstond niet eens wat ze zegden. Het leek eerder alsof de autoradio op de achtergrond van de spelende CD aan het babbelen gegaan was.

De volgende ochtend had ik een wattenhoofd maar Luc -jawel- een bronchitis. Ik bleef dus maar wat verdwaasd rondlopen tot ik maandag uiteindelijk naar het flesje neusdruppels greep dat hier nog ongeopend stond en de vervaldatum bekeek.

Ik heb dus nu een verkoudheid en dat valt dan eigenlijk nog mee aangezien de dokter aan Luc vertelde dat er een zomergriep aan het rondtoeren is.

Dit had ik eigenlijk gisteren willen vertellen, maar we waren pas om half vier ’s nachts thuis en ik ben dan met watten en neus en alles er op en er aan onmiddellijk het bed ingedoken.

De zwarte sokken? Dat was een bericht dat ingepland stond om te verschijnen tijdens onze vakantie. Ik had er sowieso nog eentje te kort, nu moet ik op zoek naar twee zeer belangrijke feiten om te vertellen.

Het waren nochtans zwarte

Mogelijk zie ik er niet op mijn elegantst uit in mijn wandeltenue, mogelijk is het mijn hoed maar die had ik nog niet op toen het volgende gebeurde.

We parkeren de auto op een parking in een wat verder afgelegen dorp en net als we uitstappen is er ineens een overrompeling van auto’s die van overal op die parking toestromen en alle plaatsen in een mum van tijd innemen.

De ingezetenen stappen uit en bekijken ons alsof we twee vreemde snoeshanen zijn die daar niets verloren hebben. Zij zijn allemaal opgedoft en afgestoft. Ze stoten elkaar aan en gniffelen achter hun hand, maar pret hebben ze.

Nu heb ik wel al meer meegemaakt dat mensen denken dat hun kledingkeuze de juiste is en ik zou daar dan ook mijn voeten aan vegen, ware het niet dat ik mijn wandelsokken en stapschoenen nog niet aan had. Dat deed ik dan ook zonder me te fixeren op die wachtenden. Want dat was wat ze deden. Ze wachtten.

Gezien het uur op een zaterdag en de uitbundigheid van de gasten verwachtte ik elk moment een bruid en bruidegom te zien verschijnen maar het was een corbillard die voorreed.

Ze hadden waarschijnlijk nood aan een beetje vrolijkheid.

Verdachte personages

Ooit heeft het me meer dan geërgerd. Maar ergens in het verleden is het gestopt en ik heb er nooit meer bij stil gestaan. Vorige week hadden we weer prijs.

We liepen de Veritas binnen en achter de toonbank stond een uitermate verveeld kind zich uitermate te vervelen. In de winkel zelf liepen enkele mensen, verspreid over de volledige oppervlakte.

Wij stapten naar de stand waar ik, enkele dagen voordien, een halsketting had zien hangen maar niet had gekocht. Nu we terug in de buurt waren, ging ik die nog eens van dichterbij bestuderen.

Het wicht verliet de toonbank en kwam in de stand de halskettingen goed hangen, als ze al moesten goed gehangen worden.

Ik besloot de ketting niet te nemen, de afwerking zinde me niet en ik vreesde voor de fijne stof van de nieuwe bloes.

Ik liep dan maar naar de korte sokken die Luc me aanwees. Ik vond mijn maat niet zo direct, maar blijkbaar hingen die sokken nu ook ineens allemaal wat scheef en diende de winkeljuffrouw ze recht te hangen.

“Verdorie!” zei ik, toen ik zag dat we in de rayon van de mannensokken beland waren en keerde de hoek om waar ik vermoedde de damessokken te vinden. En ja, ook deze sokken dienden even op orde gehangen te worden.

Zoals gezegd, vroeger werd ik er kriegelig door en zou ik zo de winkel uitgestoomd zijn. Nu wilde ik gewoon die korte sokken.

Gelukkig begaf één der andere aanwezigen zich naar de kassa waardoor het kind haar oppasronde moest opschorten.

Probeer maar eens iemand te vinden als je hulp nodig hebt.

Een andere spiegel

Het was erg gesteld met mijn zelfbeeld: de dokter die me pijnstillers voorschreef oor mijn schouders en een beetje lachte toen ik zei dat ik ervan zou bijkomen, maar daarna, toen ze er inderdaad bij kwamen, ging vertellen dat ik beter wat zou vermageren -ik moet dringend op zoek naar een andere dokter- en alle problemen afdeed als zaten ze tussen mijn oren.

De aanslepende problemen bij de evenementen waren ook niet van die aard om me er goed bij te voelen.

Ik ga niet zeggen dat ik me liet gaan, dat niet, maar ik beloofde mezelf dat ik geen nieuwe kleren zou kopen zolang die aangekomen kilo’s er niet terug vanaf waren.

En wij maar wandelen en ik maar opletten wat ik at en niets ging eraf, ik vrees zelfs integendeel.

Tot Luc op een dag, niet zo heel lang geleden, een knop aanklikte en alles ineens in een stroomversnelling kwam. Ik vermagerde niet, dat zou dan een wonder kunnen heten hebben. Maar er gebeurden andere dingen en dat ging ineens invloed hebben daar ergens tussen mijn oren.

Ondertussen hebben we toch al een paar stukken aan onze garde-robe toegevoegd -jawel, hij ook- en hebben we al enkele uitstappen gedaan waarbij we ons ineens beter voelden dan het wat suffe, saaie dat we altijd uitstraalden.

En nu hebben we onszelf beloofd dat we iets nieuw gaan kopen als we er zin in hebben of als we iets zien dat ons wat lijkt.

Het savoir-vivre van de lomperd

Ik loop achter. Er zijn zoveel nieuwe dingen te ontdekken in de wereld, waar ik geen weet van heb.

Ik las gisteren voor het eerst over een nieuwe trend onder restaurantbezoekers.

Je bestelt één schotel en vraagt twee bestekken. En zeggen dat ik ons -Luc en mezelf dus- al een beetje buitenbeens vind als we van elkanders bord gaan proeven.

En alle excuses zijn blijkbaar goed: de porties zijn te groot, de prijzen te hoog, ze willen eerst proeven en wie weet wat al nog meer.

  • In ons geval? De porties te groot? Daar weet Luc wel weg mee.
  • De prijzen te hoog? De Lunch Garden is er toch ook nog.
  • Eerst proeven? Dat doen wij dus ook, maar we hebben wel elk ons een eigen bord.

Het verwondert me dat er nog niemand op het idee gekomen is om ribbekes à volonté te bestellen, twee bestekken te vragen en dan nog bij te bestellen.

Het uitzicht

Wat me de laatste tijd opvalt is dat er weer meer tandems in het straatbeeld te zien zijn.

Wat me daarbij ook opvalt is dat de heer des huizes meestal vooraan zit.

Nu heb ik wel altijd gepeinsd dat met een tandem rijden toch wel erg plezant moest zijn, zo samen op één fiets. Maar als ik dan bedenk dat ik een fietstocht zou gaan maken waar ik niks anders zou zien dan de rug van Luc, lijkt me dat toch al een heel pak minder prettig.

Nu zouden wij waarschijnlijk het omgekeerde doen, de kleinste van voor. In ons geval kan Luc dan gemakkelijk over mij heen kijken.

Toen ik er iets van zei, wist Luc onmiddellijk het antwoord. Hij zou altijd vanachter zitten, want anders kon hij niet zien of ik wel meetrapte.

Een kremmeke

Volgens mij werd volgend bericht geschreven om te treiteren.

Vroeger aten we meer ijs? Dat vertellen ze nadat we hier al merkten dat ons dorpje van zeven straten niet de moeite waard lijkt te zijn om eens door te rijden.

Dat deden ze vroeger wel. Elk dorp had wel een ijsverkoper.

We kunnen wel naar een crèmerie, maar die hebben we natuurlijk niet in het dorp. Willen we naar Landen moeten we ons verkleden, er naartoe rijden. Het kost dus moeite, te veel moeite en het kost ook geld, te veel geld. Een horentje met een bolleke vanille en een bolleke aardbei komen goedkoper aan de ijskar.

Vroeger aten we meer ijs? Dat ze meer rondrijden … zoals vroeger.