Logica: laat liggen wat ligt!

Het lijkt dan misschien een goed idee om bij een gewijzigde situatie ook de omgeving eens aan te pakken en aan te passen. Maar dat is het niet. Helemaal niet zelfs.

Zo moet hier het bureau weg en zodoende moet ook in de woonkamer één en ander veranderen. Je denkt logisch na, waar je de dingen best een nieuwe plaats kan geven.

Zo lijkt het toch natuurlijk dat dat papier van de dokter bij de papieren van de ziekenkas gestoken wordt en dat het hoesje voor de wandelknooppunten ergens in de buurt van de wandelkaartjes terecht komt en het andere hoesje, voor een sleutel in kaartvorm, dat je toch niet meer nodig hebt voor de evenementen, kan toch best in de laptoptas? Die neem je toch steeds mee als je voor enkele dagen vertrekt.

Dat is het dus niet! Het is geen goed idee. Het is gewoon een slecht idee om dingen te gaan verplaatsen.

Want bij de papieren van de ziekenkas? Noppes! Geen lijstje van de dokter.

Bij de wandelkaarten? Wat dacht je?

En dat hoesje voor die sleutels? Sta je daar in Sunparks die laptoptas ondersteboven en binnenstebuiten te keren, maar wat je niet vindt is dat hoesje.

Zaterdag -zou je er de kouw seskes niet van krijgen- trek ik de achterdeur van de auto open en wat zie ik daar voor blauws? Dat hoesje voor de sleutels. Ah ja, ook logisch. Als dat in de zijdeur van de auto zit, heb je dat ook altijd bij. Maar waarom is het mij op vakantie dan niet opgevallen? Die deur werd dagelijks gebruikt voor mijn wandelrugzak, fototoestel, frakken … Ziende blind?

Gisterennamiddag zat ik zo wat te googelen voor een knooppuntenhoes, ik vond er ene, die kost 7,99€, is te bestellen in Nederland, waardoor er nog verzendingskosten bijkomen en het mijne had ik zelf ineen geflanst, met wat overbodig spul van de zaak, dus zonder kosten. Toppunt van al: dat dure ding ziet er gewoon zo goed als hetzelfde uit.

Ik gooide het kastje hier naast mij open en zocht naar een blik of een map waar ik het kon ingestopt hebben. Het lag er gewoon los in en ik had daar al drie keer in gekeken. Ziende blind?

Die lijst van de dokter, ach ja, ik had die wel graag gehad om te tonen welke nonsens er op staan, maar echt nodig heb ik ze niet, ik weet dat er nonsens op staan.

Maar opruimen en logisch herschikken? Slecht gedacht! Vreed slecht gedacht!


Zegt de ene zwaan tegen de andere: “ik dacht dat je moest opruimen om niet te moeten zoeken”.

De ongerustheid van Luc

Wat er tijdens zo een vakanties gebeurt vertellen wij grotendeels wel, maar de gedetailleerde versie houden we voor onszelf natuurlijk … al kan het gebeuren dat wij zo een anekdote wel grappig vinden en ze niet persé voor ons willen houden en ze wel willen delen.

We lopen dus wat te wandelen, we passeren zo een sluishek … als Luc ineens verschrikt begint rond te kijken en vraagt: “zitten hier everzwijnen?”

Natuurlijk zitten daar geen everzwijnen, we bevinden ons tussen twee sluishekken. Maar waarom vraagt hij dat dan? Hij heeft iets gezien dat wij -gezien de, uit zijn kindertijdstammende, benaming die hij er aan geeft en die we wel als een privé grapje beschouwen- maar gewoon uitwerpselen gaan noemen.

Wat verder lopen we voorbij een boom en weer stopt hij, speurt rond en zegt: “hier zitten evezwijnen”.

En nu bevinden we ons niet meer tussen die sluishekken. “Het zullen runderen zijn” zeg ik. Hij beweert van niet. Zo een lage boom? Veel te laag voor een rund. Nu moet een volwassen everzwijn niet echt onderdoen voor een rund. Maar Luc houdt vol. Onder die boom -heb ik wel gezien hoe laag die hangt- liggen ook uitwerpselen en hij kent wel koeievlaaien maar dit, wat daar onder die boom ligt, dat zag hij nog niet. “Schotse highlanders” beweer ik. Die Galloways worden zowat overal als grazers ingezet.

Luc blijft argwanend de omgeving opnemen.

Ik wijs hem op de hoefsporen op de grond. “Iemand met een paard” zegt hij. Paarden hebben geen gesplitste hoef en bovendien zou dat paard dan dwars lopen, beweer ik. Die hoeven zijn van een paard en dat andere, dat zijn everzwijnen en daar is hij stellig van overtuigd.

Dan komen we aan het spoor. Een spoor van een breedte van ongeveer 80cm, dwars over het pad, met tal van gespleten hoeven. “Ik wijs hem er op en hij ziet de kudde. Heel ver weg. “Je kan niet zien wat het zijn” zegt hij, en: “wat een mastodont” zegt hij. “Dat zijn er wel twee achter elkaar” zeg ik.

Om een lang verhaal niet nog langer te maken, komen we op een zeker ogenblik aan een infobord van Natuurpunt. “Het zijn Galloways” zegt Luc en: “Kijk maar!” zegt hij “Het staat hier vermeld”.

“Mannen!” zeg ik, terwijl ik me voor het hoofd zou geslagen hebben, ware het niet dat ik het fototoestel vast had.

Log in beeld


Meer foto’s.

Ooms en tantes

Op de begrafenis van mijn grootmoeder viel het me op dat er na de begrafenis geen bedroefde sfeer hing maar dat er wel degelijk plezier gemaakt werd.

Vooral de broers en zussen van mijn grootmoeder hadden grote leut. Ik snapte dat niet, zij was toch hun zus. Hadden ze dan geen verdriet? Ik nam me toen voor niet meer naar de koffietafel na een begrafenis te gaan. Dat heb ik een vele jaren volgehouden. Alhoewel ik zelfs nu nog maar sporadisch wel naar de koffietafel ga.

Later viel het me ook op bij eigen tantes en nonkels, die huilden wel in de kerk, maar daarna leek het wel een Vlaamse kermis. Dit is een beetje zwaar overdreven, maar kom, de stemming was er niet echt teneergedrukt noch sereen, eerder vrolijk.

Een mogelijke verklaring is wel dat ze misschien hun broer/zus wél missen, maar anderzijds blij zijn dat ze de rest van de familie nog eens terugzien. Zeg nu zelf, begrafenissen zijn daar toch de uitgelezen gelegenheid voor.

Dat de nauwe banden van het kindzijn niet je hele leven meegaan is nu wel al duidelijk. Elk gaat zijn eigen weg en de verbondenheid van broers en zussen versplintert om zich verder te zetten in de relatie tussen hun kinderen.

Maar als dit logisch is, ga ik zeker niet meer naar de koffietafel of als ik eerst moest gaan wil ik zelfs geen koffietafel. Of misschien toch wel … en ze dan achteraf de rekening presenteren. We zouden nogal leut hebben.

Raad kost geld

Zo af en toe zoek ik iets op op internet. Als het dan over voeding en aanverwanten gaat, krijg je meestal te maken met dezelfde oppervlakkige kennisgeving, waar je niets wijzer van wordt want dat weet je zelf ook al. Maar je vindt er wel een link, stijl: “meer weten” en als je die aanklikt hebben ze allemaal een boek geschreven en moet je natuurlijk dokken.

Goede raad is duur! Dat is een gezegde.

Ik vraag me af waarom ik al die jaren dat ik leef, al die velen die me raad vroegen, geen link heb gegeven waar ze konden betalen. Het lijkt egoïstisch als ik het zo bekijk, maar een ander doet het dan wél.

Heel waarschijnlijk kent iedereen wel het mopje over de advocaat en de dokter? Neen?

Een dokter en een advocaat zijn op een receptie, wanneer er een man aan de dokter medische raad vraagt. De dokter geeft antwoord en zucht tegen de advocaat: “Dat is toch vervelend, hoe ga jij daar mee om?”

“Ik reken het gewoon aan”, antwoordt de advocaat.

“Goed idee!” zegt de dokter.

“Dat is dan 100€” zegt de advocaat en steekt zijn hand uit.

Hoeveel recepties ik zo al meemaakte en ik ben geeneens dokter of advocaat. Ik had het al meer over mijn luisterend oor. Soms volstaat dat, soms willen ze dat ik de antwoorden geef.

Ik zei al meer dat ik zou vertikken en mij betalen zullen ze toch nooit doen. Waarom zou ik me dan nog ellendig voelen met verhalen van anderen?

En neen, ik ben niet echt egoïstisch, ik ben gewoon met pensioen en na al die jaren gratis advies, wordt het tijd dat iedereen zich een andere raadgever gaat zoeken.

Beveiligde postjes?

Toen mijn moeder nog leefde, schreef ik zo af en toe wel eens iets over haar. Toen ik op een ogenblik merkte dat bekenden de weg naar het blog hadden gevonden, heb ik al die logjes beveiligd. Anoniem iets van je af schrijven is nog heel wat anders dan de vuile was buiten hangen.

Onlangs kwam ik, totaal onvoorbereid, op zo een berichtje. Voor ik het opende dacht ik: “Eigenlijk mag die beveiliging er overal af”.

Toen las ik het. Ik werd ineens 21 jaar terug gekatapulteerd, voelde weer de snijdende pijn en het onbegrip en ik klikte het logje heel snel weer dicht.

Ik weet nog dat die dingen gebeurden, maar de scherpste kanten zijn in de loop van de jaren wel wat vervaagd. En als ik ze me zo niet herinner hoef ik er niet aan herinnerd te worden.

De beveiliging blijft staan, al was het maar om te verhinderen dat ik er onvoorzien nog eens op terecht kom.

Hoe beveiliging in twee richtingen kan werken.

Er op of er over?

Op een grijze dag kan het gebeuren dat ik zo wat zit te mijmeren. Meestal is dat zo een mijmermoment na het eten, wat Luc zijn vijf minuten noemt.

En dan kom ik ineens tot het besef dat ik twee soorten stress heb.

Wanneer ik het over stress heb gaat het gewoonlijk over die waarvan ik zo lamlendig en moedeloos wordt en het in mij hoofd gaat malen zonder dat er ook maar één oplossing uit de bus komt. Die stress is gewoon een neerwaartse spiraal. Ik weet, ik moet er uit, maar weet niet hoe.

Maar er is die andere, het stressmoment dat gewoonlijk opduikt in een specifieke situatie en die maakt dat ik beter functioneer en meer gedaan krijg dan wanneer ik het zou overdenken.

Ondanks de negatieve klank van het woord heb ik wel erg goede herinneringen aan de tweede soort.

De nieuwe mensheid?

Een deel van de wereldbevolking sterft van honger, een deel van de wereldbevolking eet vergif en een deel van de wereldbevolking maakt robotten die zichzelf kunnen voortplanten.

Zodoende krijgt een deel van de wereldbevolking de kans om zich nog meer te verrijken door het inzetten van werknemers die niet moeten eten, niet moeten slapen en altijd ten dienste staan.

(Lees verder onder de foto)

Na de uitleg over gif in de reacties op Kotkedeit! zat ik hier gewoon wat voort te borduren op het thema en eerlijk gezegd: ik vind de gevolgtrekking ook wat somber.

Laat ons hopen dat het zulk een vaart niet zal lopen.

Flexibiliteitstest voor een decoder

Omwille van een mediagebeuren van de laatste dagen, vervangt het programma van vanavond, aangezien ze met een mediapersoon niet meer willen samen werken.

Vanavond gaan ze episode 3 en 4 van Tabula Rasa uitzenden. Vanavond zijn we er natuurlijk niet. We gaan Amke en Ella bij de andere oma afzetten.

Een probleem? Dat zou het niet mogen zijn. Luc heeft deze week al meer gecheckt of onze decoder de rare sprongen van de VRT-programmatie nog kan volgen. Dat deed hij, de decoder. De weggevallen programma’s zijn vervangen en bovendien staan ze gemeld om op te nemen.

Nu nog afwachten of hij het doet.

Een wattenkop

Daarmee stond ik gisterenmorgen op, net of ik had een verkoudheid in wording. Of … had ik ze ongeweten wél in incubatie gehad?

De uitleg was echter simpel. Donderdag hadden we de griepprik gehaald. En al heb ik niet echt last van die griepprik, ik herinnerde me dat ik vorig jaar precies hetzelfde had gedacht.

Ik was zo doefes dat de dagelijkse sudoko een kwelling werd.

Ik zit hier dus zo een beetje te suffen …

(…) als ik iets raars voel aan mijn oor. Ik tast. De rechter oorbel is toch weg zeker! Ik kijk even rond, maar we staan niet midden in een bos, (…)

… ik zit gewoon maar thuis.

Ik ben wel nog helder genoeg om te bedenken dat ik op de badkamer een licht tinkelend geluid had gehoord. Die oorbel lag er wel maar hangt het echt uit. Het slotje is echter onvindbaar.

Goeie morgen!

En dan gingen we in de namiddag Amke en Ella nog halen voor het weekend. Gelukkig kon ik gewoon naast Luc in de auto verder doefes zitten zijn.