Toen mske vanmorgen Slow wegvoerde was het glad, spekglad. Dat is maar het stukske vanaf onze hof tot op de grote baan maar toch. De grote baan zelf was gestrooid maar die volgde ze maar een vijftigtal meters om dan de berg op te rijden. Daar was het complete chaos. De auto’s die naar beneden kwamen reden o zo voorzichtig waarvoor mske hen dankbaar was. Dat stuk berg maakt een bocht waardoor ze al snel op haar rijvak zouden belanden. De nog grotere baan was in orde en de helemaal grote baan volgde ze maar een tiental meters. Wat later kwam, ach wie interesseert het.
Feit is dat mske in het terugkomen genoot van de ochtendrit. De koude, de witheid, de slapende dorpkes. Overal in de boomgaarden staan en lopen dik ingeduffelde manspersonen soms op de grond, soms op karren. De fruitbomen moeten gesnoeid, vriezen of niet, sneeuwen of niet, koud of niet.
Minder genietbaar was de obligatoire tractor die zich net voor haar de baan opgooide, maar ach, die draaien na een pooske toch altijd af.
Voor alle veiligheid heeft mske toch de schuifaf niet genomen, neen, ze is mooi het driehoekske -zeg maar driehoek- rond gereden zodat ze enkel nog ons stukske straat moest trotseren.
Gisteren rond deze tijd was alles al ontdooid, want het zonneke scheen. Zo ziet het er vandaag niet uit. De straat kraakt nog steeds bij elke auto die voorbij komt.