Mierenpesten
woensdag, 21 juli, 2010
Het werkwoord mierenneuken staat voor een soort mensen die wat doen maar dan niet met mieren, zowat zoals muggenzifters, die ziften ook geen muggen.
We durven het niet goed zeggen maar van die muggen blijven we zo precies wat gespaard maar die mieren dat is toch wel een plaag.
Waar je ook gaat of staat, die beesten zijn alomtegenwoordig. Of je nu een deken spreidt op een strand in Spanje of je voeten onder je tuintafel schuift, er zitten mieren. Nu had Slow die mierenstraat al fel geobserveerd. Maar toen er enkele tot boven op de tuintafel kropen vond Slow de beestjes zo interessant niet meer. mske probeerde enkele natuurlijke middelen om het mierenbestand tot vertrekken aan te manen. Eerst leek het te lukken.
Maar toen ze in het weekend weer het onkruid wiedden, bleek dat het lege nest weer bevolkt was. Slow zuchtte en zei dat ze uiteindelijk toch mierendoosjes zouden moeten zetten.
mske zocht het internet af en vond nog een mogelijke remedie. Ze greep de bus talk. Dat is kinderpoepkespoeder tegen het irriteren van de bipskes. Ze poederde alle mierengaatjes dicht. Alle mensen, die beesten werden gek ! Die draaiden door ! Wat later liepen er hier mieren met wit getalkte poepkes maar bij hen heeft dat een omgekeerd effect. Die werden pas geïrriteerd door die talk op hun bips.
We zijn twee dagen later en ‘s morgens na het bloemen gieten doet mske haar ronde met de talkbus. Het zag er vanmorgen rustig uit rond het mierennest. Maar net nu geven ze weer regen. Zijn die beesten nu weg of moet mske straks weer gaan mierkespesten ?




