Hete pootjes

Broer, die zoals gezegd heel broerig kon doen als hij klein was, had op een zekere dag een wesp gevangen met een plastic potje. Die wesp zat op een muur en Broer stond dus met zijn potje tegen de muur en mske zei: “als je dat beest laat vliegen gaat ze je steken. (Efkes zeggen dat mske toen nog géén 7 was en Broer maximum 4). En mske rende naar binnen om moe te halen.
 
Hoe die dat opgelost heeft zou mske niet weten want ze kreeg op haar donder omdat ze Broer niet had tegengehouden en ze mocht niet mee naar buiten.
 

Een schalkaard had een bie gevaân
en hield ze bij heur vleren:
“Komt hier! – hij zag een jongske staan!
komt hier mijn knappe kerel!
 
Hier heb ik zulk een schoon fatsoen
van beestje, ik wil ‘t u geven:
past op maar van ‘t niet dood te doen,
en laat het beestje leven.
 
Kom aan; jen hand; doet toe, ‘t vliegt weg;
doet toe want ‘t gaat ontsnappen!”
‘t Kind hield zijn handje toe: “Nie’ waar,
hoe schoon dat is, hoe lieflijk!”
 
Ha! ‘t kindje wierd te laat gewaar
hoe schoon en hoe bedrieglijk.
Het liet het beestje los, en ‘t loeg
de traantjes uit zijn oogskes,
 
en zei ‘t: “Het beestje is schoon genoeg,
maar ‘t heeft zulke hete pootjes.”

[Guido Gezelle]

Wat denkte daarvan?