Het is niet zo erg

Ondanks ik op mijn 23ste tot het besef kwam dat het niet aan mij lag dat mijn moeder me niet moest, maar wel aan haar, heb ik dat altijd in stilte meegedragen, beschaamd voor het feit dat het blijkbaar onmogelijk was om van mij te houden. Ik kon het dan ook zelf niet, van mezelf houden dan, ik hield wel van haar – hoe gek! Ik zocht en bleef zoeken naar de reden.

Ergens in mijn dertiger jaren stond ik eens te strijken terwijl de TV aanstond en toen kwam er een -mij onbekende- bekende vrouw haar levensloop vertellen -wat haat ik het om zeggen dat ik haar naam niet noteerde- en in de mate dat ze verder vertelde, streek ik al langzamer om langzamer om uiteindelijk compleet stil te vallen bij het besef: “ik ben niet alleen”.

Pas daarna kon ik het er over hebben, zij het met mondjesmaat.

Op zekere keer stond er een artikel in het gazetje van de ziekenkas over mishandelde kinderen. Daarin stonden alle vormen van kindermishandeling opgesomd.

Op het einde stond het er, in uitgerekend één zinnetje samengevat. Het zei dat er ook psychische/emotionele mishandeling was … maar dat was niet zo erg. Daarmee wist ik het. Dat kon mijn moeder ook goed: mijn hele zijn en mijn hele leven minimaliseren tot het minderwaardig was.

Dat nam ik ineens niet meer. Als die vrouw ermee op de TV kon komen, dan mocht ik het vertellen, zeker dat ik had ondervonden dat het opluchtte als ik het er over had. Daardoor ging het dan ook steeds vlotter om het er over te hebben. Tot het me zelf ging vervelen en ik bedacht dat anderen me misschien ook wel een zaag zouden gaan vinden.

Net op tijd kwamen de blogs. Ik schreef het compleet van me af. Werd het blog niet gelezen dan was er ook geen kwaad geschied. Ik schreef en beschreef en het werd ook langzaamaan minder. Uiteindelijk had ik het er dan ook nooit meer over.

Waarom nu dan wel? Ik denk dat ze één van de vorige nachten in mijn dromen is komen spoken. Ik ben ’s morgens wakker geworden met het zelfde weeë gevoel als in die tijd dat ze mijn leven vermassacreerde.

De bedoeling van het blog was oorspronkelijk om dingen van me af te schrijven. Dus schrijf ik het van me af. Ik ga het niet weer laten zeuren en op mijn maag laten liggen tot ik er eerst woordverstopping en later verteldiarree van krijg.

Ze moet het nochtans geweten hebben. Ze hield me altijd voor: “beter een slechte moeder dan geen moeder”.

16 gedachten over “Het is niet zo erg

  1. Zo triest… ik zou zeggen ‘ik geef je een dikke knuffel’ maar dat vind je misschien niet fijn, omdat je ze nooit kreeg… maar ik deed het dus toch. X – Doet het geen goed, het doet geen kwaad.

  2. Ja, emotionele verwaarlozing is een vorm van kindermishandeling en die bestaat meer dan mensen willen geloven. En de impact ervan is groot, ook al heb je dat niet altijd zelf door. Het verklaart voor een deel wie wij zijn en hoe wij zijn. Ik vind het erg voor jou en voor elk kind in die situatie. Ik voel met je mee, omdat ik het herken. Ik kwam er ook maar door de burn-out achter dat het dat was dat al heel mijn leven zorgde voor een troebele relatie met mijn moeder. En het is zoals je zegt: als kind hou je desondanks toch van die mensen. Wij waren, toen mijn vader haar en ons in de steek liet, zo gek een kangoeroewoning voor haar te bouwen boven onze garage. Daar woont ze nu al 17 jaar en als je denkt dat dankbaarheid haar heeft doen ontdooien, dan heb je het mis. Het was nooit zo erg als nu …
    Gelukkig helpt het als je erover praat of schrijft. Doen dus! Net als Matroos Beek geef ik je een virtueel hugje. :-)

        • Als je bedenkt dat ik zelfs geen zeggenschap had over studeren of niet studeren. Die vrouw op TV werd verplicht, omwille van de mensen.

          Mij werd het verboden. En diegenen die denken dat je dat dan toch kan doen, die kennen zulke situaties niet. Er is geen overleg. Alles wordt achter je rug om geregeld alsof je een object bent.

          Zij blokkeerde verder studeren en schreef me in in een school waar ik expliciet had gezegd, het niet te willen doen (ze zei dat het handel was maar het was beroeps). Ik wou “naar de paters”, maar ze sneerde dat dat omwille van de jongens was.

          Examen voor een middenjury? Ik moest gaan werken. Ik kwam van school en de volgende dag stond ik op het werk, zij mocht wel iets terugkrijgen van wat ze er in had gestoken.

          Nu zou ik met de pannen gooien, maar toen wist ik niet anders.

          Later was het dan weer wat anders, tot ik eindelijk moegetergd, de deur dichtgooide. Te laat, zoals achteraf blijkt.

          Maar tot het ogenblik dat ik dat deed, heb ik altijd van haar gehouden. Ze ging altijd een stapje verder, tot ze te ver ging.

    • Relativeren? Het weg lachen? Daar ben ik nogal straf in, jà. Zelfs in die mate dat men mij niet au sérieux neemt.

      Ik denk dat de oorzaak van die opflakkering in een aflevering van een reeks op TV zat. De seriemoordenaar was als kind als onbetekenend behandeld en was gaan moorden om toch maar iemand te zijn. Toen heb ik even gedacht: “gelukkig voor hen allemaal ben ik geen psychopaat geworden”. (Hen allemaal? Ah ja, ze vonden dat allemaal toch zo plezant om “ons ms” als pispaal te gebruiken).

      Maar is dit beter? Ik die als de ruziemaker bekeken word, terwijl ik gewoon weg ga bij elke discussie? Ik die zogezegd altijd vies gezind ben? Ik die altijd kwaad kijk?

      “Tel je zegeningen” zegt men. Dat doe ik dan, maar zelfs dat wordt me niet gegund. Ik denk dat dàt mijn laatste poging was om een vriend(in) te hebben.

  3. Het is wél erg! Ik leerde ooit iemand kennen die helaas een meisje was en moeder wou absoluut een zoon. Op latere leeftijd lijdt ze daar nog altijd onder. Haar helpen lukt niemand van ons, haar negatief zelfbeeld is reuzengroot. Niet iedereen is zo sterk als jij, met Luc nu aan je zij! Wat zeg ik: iemand? Ik kan hier zeker al 3 vriendinnen/kennissen opnoemen van wie hun moeder “hen niet moest hebben”. Ze namen afstand en bouwden hun eigen leven op maar zoals je zo mooi beschrijft: het blijven stenen in een vijver.

    • Inderdaad. Niemand kan helpen. Het werd zo ingeprent dat je minderwaardig bent dat het als basis voor je hele denken gaat werken.

      Ik heb mezelf jaren lang moeten oppeppen met: “ik ben zo goed als een ander”.

      Maar ik moet -nog steeds- oppassen voor de stenen.

Wat denkte daarvan?