Oorgarnituren

Het is warm en met die hitte zoeken wij de bossen op. We kiezen voor de Abdij van Averbode. Daar vertrekt een wandelpad.

Ik heb meerdere paren oorhangers en toch draag ik steeds dezelfde. Daar zou ik eens verandering in brengen. Dat overdacht ik onderweg in de auto.

We zijn twee kilometer ver gewandeld als ik iets raars voel aan mijn oor. Ik tast. De rechter oorbel is toch weg zeker! Ik kijk even rond, maar we staan midden in een bos. Maar ben ik ze daar wel verloren? Ergens had ik toch met mijn rugzak tegen mijn oor gestoten, maar waar? Thuis? Dan zou ik thuis eens kijken. En in de auto moest ik ook kijken, want er zomaar aan denken, dat is toch ook te toevallig.

Het is natuurlijk niet prettig om die te verliezen maar zo dramatisch om een wandeling te verpesten vond ik het nu ook niet. We liepen dus verder, we keken, we babbelden en we vergaten.

Bijna drie uur later komen we op de parking bij de auto. Rugzak er in, fototoestel erbij, gsm op passagierszetel en koffer open. Aan de oorbel dachten we niet meer.

Ik buk me, maak mijn veters los en zeg: “Luc, mijn oorbel”. “Ah ja” zegt hij “daar moeten we nog eens naar zoeken”. “Maar neen” zeg ik “die ligt hier”.

De abdij van Averbode is een Norbertijner abdij en Sint Antoontje heeft daar niets verloren. Ik uiteindelijk ook niet.


Foto’s van de wandeling.

13 gedachten over “Oorgarnituren

    • Iets verliezen is net zoiets als iets breken. Het gebeurt nu eenmaal en niemand kan er wat aan doen. Je kan dat wel erg jammer vinden maar er zijn ergere dingen dan dat.

      Ik vond het wel een beetje speciaal. Die lag daar minstens drie uur in volle zicht, er reden auto’s af en aan en er scheelde niets aan.

  1. ‘Heilige Antonius, goede vrind, zorg dat…’ Je ziet dat die man de pot op kan.
    Heel toevallig, zo je oorbel terug te vinden. Ik maakte het mee met een horloge, lag zichtbaar op het fietspad.
    Wat ik zo wonderlijk vind is dat niemand het opraapt, of niet ziet.

    • Dat was het zeker. Maar het had nog mooier geweest hadden we daar een crèmeke kunnen eten. Maar er is geen enkel crèmeke lekker genoeg om daarvoor in zo een lange file te moeten staan.

Wat denkte daarvan?