Voorblogse periode
Ik heb altijd geschreven. De eerste herinneringen aan mijn schrijven dateren van het zesde leerjaar. Toen schreef ik enkele versjes over Grieken en Romeinen en de dingen die een kind van 12 interesseren.
Later begon ik aan een Vlaams filmke. De censuur die altijd over mijn schouder meekeek, maakte dat ik daarmee gestopt ben.
Nog later schreef ik stukjes, die ik onmiddellijk vernietigde. Ze mochten niet gevonden worden. Een leuke herinnering is wel de dag dat ik vijf blaadjes vol schreef over een storm die op dat moment boven het huis hing. Uren heb ik daaraan gewerkt. Dat is nog zoiets, ik schrijf en begin dan bij te vijlen, want het is nooit goed genoeg. Dat stukje over die storm heb ik ook vernietigd toen het klaar was. En bizar genoeg was één van de titels bij het volgende examen: “Storm”.
Ik heb een map gemaakt met foto’s en een relaas over een scoutsweekend, de eerste feiten van Zoneke genoteerd. En daarna kwam een stille periode met eens een kribbelke hier of een krabbelke daar, maar die waren ook nooit van blijvende aard.
Het hier onder vertelde verhaal is eigenlijk al een vervolg op, een al vernietigd iets, dat ik schreef over het gekissebis van de mannen in mijn leven, maar werd op het nippertje gered door het opduiken van de blogs.
En dan het blog. Hoe snel was het blog een vertrouwde vriend, waar je alles kon schrijven, die nooit censureerde en die er altijd was.
Vanaf dan horen de schrijfsels bij de blogperiode en niet meer bij de voorblogse en daarvoor verwijs ik dan naar de hoofdmoot van dit blog.
Life isn't about



