Saaie wandelingen? Ze bestaan …

Wij houden van groene wandelingen. Zolang we de wandelingen van Natuurpunt doen, valt dat natuurlijk enorm mee. Maar eens je andere gaat nemen, moet je afgaan op wat je op het kaartje kan zien -op satelliet gezet- of je moet de site vertrouwen die ze aanbiedt.

En daar doen ze al net als bij hotelaanbiedingen: ze verfraaien. Ze hebben het over wijdse vergezichten als je ergens tussen twee huizen door een bos ziet staan, of ze hebben het over de vallei van één of andere rivier of beek als je een brug over gaat terwijl je in feite van het ene lintje bos naar een voetwegeltje wandelt via woonwijk na woonwijk en dat net omdat ze denken dat zo een lintje bos, een voet- of veldwegeltje tussendoor genoeg is om het geheel een wandeling te noemen.

Ik kan me dan lopen vervelen, maar vervelen dat ik me dan kan. Luc is al niet veel beter. Soms zegt hij halfweg: “recensie? Voor mij hoeft het niet”. Daarmee bedoelt hij dan dat hij de wandeling ook maar niets vindt. Daarmee bedoelt hij ook dat ik, voor wat hem betreft, de wandeling op de zwarte lijst mag zetten.

Want ja, ik houd een lijst bij van de goeie wandelingen, de saaie wandelingen en de zus-en-zo wandelingen.

Er zijn wandelingen waarbij je het bos of het natuurgebied ziet liggen, om zo te zeggen binnen handbereik, maar waar ze de wandeling net ervoor naar links afbuigen omdat daar maar weer een kerk of kapel staat, of een grote boerderij, waar ze dan een gastenverblijf van maakten en die vragen oproept over favoritisme.

Mij niet gelaten, maar waarom roemen ze dan het bos en/of het natuurgebied waar je dan wel -op zijn smalste zijde- doorloopt?

Zo gebeurde het, na de zoveelste kapel en een voetbalkantine kwam een 100m bos, waarna we een bebouwing doorliepen en ik pas bij het einde de naam van de straat las: “Nachtegalenstraat”.

Ik stopte want over die straat stond er een vermelding in de brochure. Even kijken leerde ons:

De naam verwijst naar de aanwezigheid van deze vogel in bos met hakhoutbeheer. Geniet even van dit stiltegebied.

Er was het huis waar ze aan het bouwen waren, de man met de bosmaaier, de man met de auto die ons vroeg of het grote routepad daar ook uitkwam, …

Waar die nachtegalen zich zouden ophouden, vroeg ik me luidop af. “In de voetbalkantine daarboven aan de toog na de match” zei Luc.

Versteend

Luc wou eens naar die site in Hoegaarden, die met de versteende bomen. Ik had er nog nooit van gehoord.

We gingen.

Het geheel was opgevat als een amfitheater waarvan de verdiepingen de oude aardlagen zichtbaar maakten. En helemaal beneden was dan een oud moerasbos compleet versteend.

En al hoopte ik dat er nog wel enige versteende hele bomen zouden staan, was dat fout gehoopt. Het waren enkel restanten.

De reden waarom vond ik achteraf in een ouder artikel over fossielen. Ze waren gewoon opgeladen met hele aanhangwagens en dat blijkbaar voor eigen gewin. Het helpt niet om dat te vervloeken, het kan toch niet ongedaan gemaakt worden.

Maar jammer is het wel.


Meer foto’s.

Een boek is om te lezen

Meestal probeer ik een beetje afwisseling te brengen in de dagelijkse logjes zodat het niet alle dagen gezaag is of alle dagen wandelverslagen.

Maar nu men twee dagen na elkaar een nieuwsbericht op mijn bord gooit dat met de tijd zijn waarde verliest, zie ik me genoodzaakt opeenvolgend twee opinies over een nieuwsbericht te brengen.

Wat is er dan zo heet van de naald? Wel, in de bibliotheek van Halle zitten ze met een probleem. Drie weken na elkaar heeft een onbekende onverlaat op woensdag een hoopje gedaan op een boek en/of CD.

Wil ik het daar nu over hebben? Nee hoor! Ik denk dat ieder relatief normaal mens daar wel hetzelfde zal van denken.

Waar ik het wel wil over hebben is het volgende:

Cultuurschepen (…) heeft klacht ingediend bij de politie. “Hopelijk kunnen zij de vandaal oppakken”, zegt hij in Het Nieuwsblad. In afwachting gaat het toilet in de bibliotheek op slot. Wie naar het toilet moet, zal de sleutel moeten vragen.

Ze zijn zo gehaast om in de pers te komen dat ze hun kansen om de dader te vatten enorm verkleinen. Want nu weet die dat er klacht werd neergelegd en dat ze het in het oog gaan houden. Meer nog, hij weet nu ook dat hij ook niet stiekem met een boek naar dat klein buroke geraakt.

Hadden ze gewoon een weekje gewacht en iemand op het plaats delict op wacht gezet, ze zouden nog een boek of CD kwijt geraakt zijn natuurlijk want vóór de daad kan je niemand oppakken want dan heb je geen bewijs, maar dan hadden ze hem toch in zijn schabbernak kunnen pakken. Nu wordt het mogelijk een onopgelost mysterie.

Contacten leggen op het kerkhof

Gisteren schoot me iets in het verkeerde keelgat. Het lag me nogal op de maag, dat artikel in de gazet, dat handelde over een voorstel in Tienen om senioren onkruid te laten wieden op de Tiense kerkhoven en dat natuurlijk helemaal gratis en voor niets.

Ik heb daar zoveel stoom over afgelaten dat ik uiteindelijk zelf dacht: “ik lijk wel een reageerder op Het Laatste Nieuws” wat in feite ook zo was, maar dan mondeling en niet bij hun reacties.

Al zo dikwijls lazen we dat er mensen zijn die voorstander waren van het aan het werk zetten van werklozen of andere groepen die steun trekken. Het was niet ons probleem, we hadden daar niets mee te zien.

Maar om nu net diegenen die hun hele leven al gewerkt hebben nog even de rotste karweitjes in de schoenen te schuiven … dat vond ik er nu eens fameus over.

Neem daarbij nog -en nu wordt het ook wat persoonlijk- dat we nooit op de eerste rij stonden als het om iets te verdienen was, dan waren er altijd anderen die geschikter waren, maar dat we ondertussen wel al meer dan één aanbod kregen om gratis te gaan werken. Oh! Ze doen dat allemaal voor ons goed hoor! Stel dat we ons zouden vervelen of dat we geïsoleerd zouden raken.

Toen ik las dat die senioren dan ook begeleid moeten worden, was het hek he-le-maal van de dam. Gaan ze de mensen nog gaan betuttelen terwijl zij de zaakjes opknappen die de gemeente- of stadsdiensten niet voor elkaar krijgen. Wie zou er dan aanwijzingen moeten krijgen?.

Natuurlijk was dat wieden geheel en al op vrijwillige basis en niet verplicht. Maar wat niet is, kan altijd komen. We hebben dat al meer meegemaakt.

Na het blazen, noteerde ik enkele woorden in concept om dat later uit te werken en ik vergat … tot Luc gisteravond na het nieuws op ROB-TV vertelde dat Tienen zelf had gemeld dat ze mensen genoeg hadden.

Ze hadden zeker de wind tegen gekregen met al dat blazen.

Tweede poging

Zoals gepland na de kortere versie van de voorziene wandeling van twaalf kilometer, gingen we die herdoen. We zouden langs de andere kant vertrekken en vanaf een bepaald punt dezelfde weg terug nemen.

Dat hoefde niet, meldden de mensen van Natuurpunt als antwoord op mijn mail. We konden inderdaad langs de andere kant vertrekken en in plaats van dan hetzelfde stukje weg te volgen bij het einde, konden we net voor het bos links een paadje nemen zodat we enkel niet door het bos zouden wandelen.

Dat deden we uiteraard wel, aangezien we moesten gaan kijken hoe het met die brug gesteld was. Wel het stond er hoger dan de vorige week … het water wel te verstaan. En de brug? Er waren een paar boomstammen bij op gelegd, zodat je van de oorspronkelijke brug zelfs niets meer zag. Er lagen zelfs enkele bakstenen als stapstenen, maar we waagden het niet.

We zouden het wel gewaagd hebben -natte voeten is niet prettig maar voor één kilometer zouden we het ook niet dramatisch gevonden hebben- ware het niet dat we teveel spullen bij hebben die niet nat mogen worden.

We keerden op onze stappen terug en namen het paadje voor het bos en kwamen inderdaad terug op het brede pad.

Een stuk korter? Dat was het helemaal niet. Het stuk in het bos dat we twee keer deden is langer dan aan de overzijde van het water. En bovendien liepen we het brede pad nog even een stukje af tot waar we vorige keer het reekalf zagen. Maar dat gaf niet thuis.

Deze keer nam ik wel een foto van de brug. Dit is de brug!


Meer foto’s.

Voor alles de eerste keer

Zondag, ergens onderweg van daar naar ginder zagen we de versperring. We vroegen ons af wat er gaande was, want dat was nu precies de richting die we uit moesten. Dat dachten we tenminste.

Het was niet zo. Maar daar aan de richting die we wel uit moesten stond er ook een versperring. En toen viel hij. De nikkel. Het voorbije weekend werden er alcoholcontroles gehouden. We hadden nog nooit met zo een controle te maken gekregen. We hadden enkel ooit in Brussel bij een politiedemonstratie eens geblazen maar dat zag er helemaal anders uit.

Ik keek het wat aan terwijl we aanschoven en vond het nogal vies dat iedereen blijkbaar hetzelfde mondstuk moest gebruiken.

Dat was ook al niet zo. Luc moest blazen, maar hij moest wel een centimeter van het toestel afblijven. De eerste poging ging al fout. Hij had geblazen zoals hij een pluisje van richting zou doen veranderen, als dat recht op hem afvloog. De tweede keer gaf hij daar een blaas ten beste. Ik vreesde dat de politieman met toestel en al zou wegvliegen.

Dat was ook al niet zo. Blijkbaar was het toen in orde. En omdat giechelen aanstekelijk werkt en wij met ons drieën dat erg grappig vonden en Luc dat merkte zei hij: “jamaar zeg, dat was de eerste keer hé”.


Met dank aan Tom.

De traditie

Ergens vorige week zat de jaarlijkse aankondiging van de voetgangersbedevaart in de brievenbus.

De buurgemeente gaat al voor de 387ste keer -sedert 1631- te voet naar Scherpenheuvel. Samenkomst om 05.30u -’s morgens jawel- en een klein kwartier later zijn ze hier.

De eerste juni die we hier woonden, schrokken we ons ’s morgens heel in de vroegte een (rozen)hoedje. Luc is toen door het raam gaan kijken. Wat hij zag en wat wij hoorden: luide bidders, stille bidders, murmelbidders, … kort gezegd bedevaarders.

Wat ik telkens, na het ochtendlijke wekken, dacht beschreef ik al in 2006 en 2007.

Denk nu niet dat ik daar tegen ben, integendeel, ik bewonder die mensen wel, maar dan wel om het stappen. Ik ga het gehele programma, zoals op de keerzijde van de melding staat, hier niet zetten. Geloof me, zoveel heiligheid kan ik niet aan.

En al heeft Luc al wel eens gezegd dat hij dat ziet zitten om eens te voet naar Scherpenheuvel te gaan, zijn wij niet geneigd om te gaan bedevaarten. Ikzelf zou ook wel zulke wandeling willen maken, maar waarom dan Scherpenheuvel? Of anders gezegd: waarom dan niet Scherpenheuvel.

Het enige wat je daar kan doen is die basiliek bezoeken of de souvenirkraampjes er rond. Je kan er waarschijnlijk ook een ijsje eten. Maar “doen”? Na zoveel kilometers blijft er dan nog fut genoeg over om iets te doen?

(Lees verder onder de foto’s)

Anderzijds gingen mijn broer en ik ooit al met ons beidjes en dus niet zo georganiseerd. Ik had het toen ook al niet voor groepsgebeuren. We vertrokken toen natuurlijk niet van hier.

De mensen van het dorp hierachter komen de volgende dag te voet terug. Ze doen er naar schatting zeven uur en drie kwartier over.

Het vergeten nieuws

Het rommelde in de judowereld. Er was sprake van grensoverschrijdend gedrag en seksuele intimidatie.

Als er één groep in dit land is, die misschien opgelucht kan zijn door de laatste verwikkelingen van lange vingers in de vetpot in Brussel, dan is het toch de judofederatie. Hun sport stond daardoor ineens niet meer als het negatieve hoofdpunt van alle kranten.

Ik begrijp dan ook niet waarom er steeds weer mannelijke trainers bij jonge vrouwen worden aangeworven. Vrouwensport is niet van alle tijden, maar er zijn toch al genoeg atletes en andere vrouwen met voldoende kennis ter zake. Het is daarom niet gezegd dat daarmee alle uitwassen zouden geweerd worden, maar het zou de kans toch al verkleinen.

Over gescheiden wc’s, tot gendervriendelijke toe, palaberen ze wel, maar sport, waar lichamelijk contact soms nodig is, daar moet maar alles kunnen.

Ik ga niet zeggen dat er geen vrouwelijke trainers zijn, ik weet het niet. Maar op het hoogste niveau is in deze mannenwereld nog steeds alles voor mannen voorbehouden.

En of het nu vetpotten zijn, jonge meisjes, jonge jongens, vrouwen, … ze moeten dringend leren hun fikken thuis te houden.


Saltooo

Maar als ik er mee blijf zitten

Ik neem de pen ter hand … neen, niet om een brief te schrijven maar om een sierdoekje te haken, een haakpen dus.

Lang geleden deed ik het enorm graag en veel. Hier is geen kast of er ligt geen lapje op uit die tijd. Ik heb er zelfs te veel. Ik heb er ooit weggegeven. En ik heb nog gordijntjes die ik maakte voor het vroegere huis. Die passen hier helemaal niet.

Toen ik de zaak nog had had ik helemaal geen tijd, al heb ik ooit -bij nakijken in 2005- wel een poging ondernomen om er terug mee te beginnen. Zoals gezegd: ik had er al genoeg en ik had helemaal geen tijd en het viel weer stil.

Maar nu, nu met die rommelmarkten rijdt Luc meestal twee keer over en weer. Alles kan niet ineens mee. Als we dan een rommelmarkt wat verderaf willen doen is dat echt niet haalbaar. Dus willen we dan in één keer zoveel mogelijk kleinere dingen meenemen.

Al die lapjes die in de schuif liggen te liggen, dat zijn kleinere dingen en daarmee kan je dan gemakkelijk de ruimtes tussen dozen opvullen.

Wat meer is, ik besloot alle haakkatoen die ik nog heb op te maken. Misschien krijg ik er wel weer zin in. Wie weet.

Meer lezen?

Brood van de supermarkt

Het verbaasde me een beetje toen ik bij De Standaard las dat we ons brood niet meer bij de bakker haalden maar in de supermarkt.

Het verbaasde me niet dat we dat doen, het verbaasde me wel dat het De Standaard blijkbaar verbaasde dàt we dat doen.

Wij doen het ook. De warme bakker is al lang uit de meeste straatbeelden verdwenen. Hier is er nog één, waar je dan ook enorm lang in rij moet staan.

Het artikel zegt dan ook:

Brood in de supermarkt is van betere kwaliteit dan vroeger, en het aanbod is even ruim als bij een bakker.

Het kan zo af en toe eens gebeuren dat we bij een andere broodwinkel binnen springen. De bakker bakt elders -in een niet onmiddellijk naburig dorp- maar bevoorraadt enkele lokale winkels in de dorpen hier.

Dat brood wordt dus nog gebakken bij een bakker, het komt niet van een broodfabriek en ik vind het lekkerder dan dat van de Colruyt.

Waarom gaan we daar niet altijd? De prijs! Heb je het prijsverschil al eens bekeken? Wij wel.

Maar wij willen wel eens een eigen bijkomend onderzoekje gaan doen: het brood is kleiner maar weegt zwaarder, misschien eet je van dat brood dan minder waardoor het prijsverschil kleiner wordt, mogelijk is het kwalitatief beter.

Maar het gemak, ooh! het gemak. Je bent bij Colruyt en je neemt het ineens mee. Klaar! Bij de broodwinkel moet je weer rekening houden met openingsdagen en -uren, er speciaal om rijden én parking zoeken in de drukste straat van Landen.

We hebben hier trouwens al een hele voorgeschiedenis als het over brood gaat:

Neen, het gemak van vroeger toen je kon denken: “ik loop even naar de bakker”, dat bestaat niet meer.