Gezocht! Zoekterm …

In de tijd dat ik nog op skynet blogde wou ik weten waar sommige haatreacties vandaan kwamen.

Skynet had wel de mogelijkheid om een teller te installeren maar die telde inderdaad, maar dan enkel het aantal views. Die teller bleek dan ook nog een valsspeler aangezien hij je eigen bezoekjes ook meetelde en dat nummer interesseerde me niet.

Luc vond de oplossing: “Statcounter”. Zoals de naam zegt was dit meer een statistiek. Echt handig vond ik de vermelding van de zoektermen waarmee mensen op mijn blog kwamen.

Het blog verhuisde, Statcounter kwam mee. Tot Google er zich ging mee bemoeien en besloot dat het vermelden van die zoektermen eigenlijk een schending van de privacy van de zoekers was. Sindsdien kon ik nog enkel de zoektermen zien van bezoekers die geen google-account hadden.

Het was op te lossen hoor! Ik kon een plugin installeren: “Google Analytics”. Eerst dacht ik “foert“. Enkele jaren later, nu enkele maanden geleden, ging ik het eens proberen. Het was me te omslachtig en bovendien bleek het ondertussen alweer aangepast en krijg je helemaal geen zoektermen meer te zien, behalve dan

Ik gaf er de brui aan. Nogmaals: “foert“.

Statcounter? Ja dat stond daar nu ongebruikt. Tot ik het een maand of zo geleden nog eens opende. Het kwam nogal brutaal uit de hoek met:

Ad Blocked

We know you’re not here for the ads. However, this free version of StatCounter is made possible by advertising revenue. Please consider whitelisting StatCounter in your ad blocker or upgrading to an ad-free version for just €4 a month. Click Here.

Over lef gesproken! Zij laten zich ringeloren door Google, waardoor ze minder -in mijn geval helemaal niet meer- interessant zijn en dan gaan zij vertellen wat ik moet aanpassen?

Weet je wat ik aangepast heb?

De oude Prince en de kleine

Gedurende de twee avonden dat we in juni bij Zoneke zaten, keken we ’s avonds TV. Dat is op zich niets speciaal, maar thuis spoelen we wel de reclame door en thuis kijken we al niet naar bepaalde zenders.

Op zeker ogenblik kwam er een publiciteit voor de Prince koeken, waar ik het in het verleden ook al over had. De Prince wordt 90 jaar oud en zodoende kan je sparen voor één en ander, waar ik niet onmiddellijk mee was omdat publiciteit nu eenmaal staat te flitsen en mijn geest geen vlooienspel is.

Wat ik wel meekreeg was dat je zeven codes nodig had voor een prinske van Playmobil.

Voor de grap zei ik: “aha! Goed voor de rommelmarkt”. Eens thuis zochten we het even op.

Ik zei maar al direct: “laat maar zitten voor de rommelmarkt”. Zoveel codes sparen betekent ook zoveel koeken eten. En dat met het vooruitzicht dat we dat met ons beidjes moesten doen.

Dat was buiten Luc gerekend. De volgende ochtend had hij vier pakken Prince -drie kopen, één gratis- meegebracht. En dat terwijl we al die jaren dat hij en ik samen zijn hoop en al twee keer een pakske Prince koeken meebrachten.

Ik hoopte maar dat hij niet overwoog om tot de aankoop van zo een 30 of 60 pakskes over te gaan.

Maar hier is hij dan: ons prinske! Of hij op de rommelmarkt geraakt? Dat zal van zijn karakterke afhangen zeker.

Dertien geheimen

Het is al wel een poosje geleden dat ik las dat iedereen wel geheimen heeft, zo een dertien gemiddeld per persoon.

Ik deed het af als nonsens want ik had geen geheimen, sloot het artikel en vergat het.

Maar later las ik een artikel over iets anders. “Ik weet daar ook iets van” zei ik tegen Luc. En ik vertelde Luc wat ik wist maar nog nooit vertelde omdat ik altijd heb beseft dat andermans geheim ook mij schade kon toebrengen.

Toen ik het ging overdenken waren er inderdaad wel meer dingen die ik nooit had verteld, maar om dat nu direct geheimen te noemen, dat is een brug te ver. Twee ervan betroffen voorvallen van vroeger: eentje van heel lang geleden en eentje van nog veel langer geleden waarbij mijn vader had gezegd: “zwijgen!” En als mijn vader dat zei, dan deed ik dat.

Er is ook een voorval dat ik zelf meemaakte toen ik 12 was. Ik zweeg er over omdat ik me schaamde. Achteraf gezien moest ik me niet schamen, dat moest iemand anders wél. Ga nu niet direct aan grensoverschrijdend en dergelijke denken, zoiets was het niet.

Dat kwam later pas, toen ik uit werken ging. Ik zei niets, mijn omgeving reageerde er toch verkeerd op en het meldpunt voor seksuele intimidatie op het werk werd pas later verplicht. Ik ben daar niet blijven werken. In 2012 riep een politica slachtoffers van ongewenste intimiteiten op om het te melden. Deed ik dat? Ik dacht er niet aan! Ik had het zelf wel verwerkt en vond de slachtofferrol niet bij mij passen.

Waarom hield ik zulke dingen nu voor mezelf? Het antwoord had ik al veel eerder in een artikel gelezen dat verklaarde waarom we geheimen voortvertellen.

Die “we” is een beetje overdreven, want ik heb wel al gemerkt dat vertelde geheimen enkel bij mij ergens vast komen te zitten achter mijn oor en zodoende mijn mond niet bereiken.

Of zoals Luc me ooit zei: “vertel nooit een geheim aan een vriend want die heeft ook vrienden”. Even googelen leert me dat dat een Russische wijsheid is.

Bovendien, als je je geheimen vertelt, zijn het geen geheimen meer en ik kom nog altijd niet aan dertien.

Vergooide jarigen

Ergens in de loop der jaren ben ik iets kwijt geraakt. Ik weet niet wanneer en ik weet niet hoe.

Maar ooit, lang geleden, was het toch de gewoonte dat je dankjewel zei als iemand je een gelukkige verjaardag zei? Lang geleden? Ik doe het nog, al blijven er niet zo heel veel meer over die me nog een gelukkige verjaardag wensen.

Dat wordt nu wel nog gedaan als je dat persoonlijk doet. Maar je ziet haast niemand nog persoonlijk, noch ga je elk jaar met de verjaardagen langs. Verdere familieleden en vrienden krijgen dus een smske. En daarna begin je je af te vragen of het wel toegekomen is, of ze niet van nummer veranderd zijn. Mogelijk hoort dat niet bij de normale omgang, maar er wordt wel over heel andere zaken ge-smst, waar ik dan geen boodschap aan heb en er korte metten mee maak.

Het resultaat is simpel. Wie mij op mijn verjaardag vergeet en niet reageert op een wens van mij, is in mijn ogen niet geïnteresseerd. Daaruit volgt dat ik geen verjaardagswens meer zend.

Maar nu was die verjaardagskalender toch gelinkt aan mijn contactpersonen en kreeg ik telkens, soms al de dag op voorhand, het bericht dat ik het niet mocht vergeten. Over krijtelijk gesproken.

Ik heb de verjaardagskalender uitgeschakeld en manueel al diegenen ingevoerd die er nog wel ene mogen verwachten.

En geloof me, dat is niet omdat zij er me ook nog een zouden wensen. Ik heb al meer aangehaald dat het ooit één van de ellendigste dagen van het jaar was. Nu niet meer, omdat ik vind dat het er niet meer toe doet.

Tweede verblijf

Sedert een drietal jaar gingen we zo enkele keren per jaar naar één van de Sunparks parken. We keken naar de acties en boekten. De prijs was minder belangrijk dan het tijdstip, aangezien we het tussen de evenementen moesten inpassen.

Nu we echter tijd te over hebben, na het stopzetten van de evenementen, stopt Sunparks ook met die aanbiedingen. Meer nog, Sunparks Ardennen wordt ineens Center Parcs, een heel pak duurder dus.

Op zich is dat allemaal niet zo dramatisch.

Maar na Cochem vroeg ik me af of we Sunparks niet een beetje als te vanzelfsprekend gaan bekijken waren, of we niet beter in plaats van een midweek Sunparks af en toe een weekendje weg zouden boeken.

We kunnen het nog altijd een beetje rustig overdenken. We hebben nog twee verblijven Sunparks op de agenda staan.

Auto rijden in pyjama

Soms komen herinneringen ineens naar boven. Dingen waar je al lang niet meer aan dacht en die dan ineens in je hoofd oppoppen.

“Mama” alarmeerde Zoneke. Ik weet niet meer of hij in zijn laatste jaar middelbaar of al hoger studeerde. In elk geval, ik ontwaakte geschrokken.

“Mama” riep Zoneke nogmaals “ik heb de bus gemist”. Ja lap! En dat met een mondeling examen voor de boeg.

Ik ben niet iemand die ontwaakt en het bed uitspringt. Ik kan dat wel, maar dan loop ik als een zombie rond en ben niet al te best te genieten. Dat zal wel normaal zijn voor zombies zeker.

Het eerste probleem: “wat trek ik aan” want de titel is wat overdreven, in die mate dat ik geen pyjama héb. Een slaapkleed trouwens ook niet. Ik greep het eerste het beste, een bordeauxkleurig éénstuks broekpak, waarmee ik de avond ervoor naar de TV had gekeken, sprong er in, ritste het dicht terwijl ik de trap afrende en -en passant- mijn papieren en de autosleutels bijeengriste, sprong in de Ford Transit en vertrok, ongewassen, ongekamd en zonder tandenpoetsen.

En dan te weten dat ik me zelfs optutte om thuis te werken en schminkte om naar de bakker te gaan.

Met een humeur 100% donderwolk was ik niet veel van zeggen en ik maakte Zoneke diets dat hij dat best ook niet kon zijn. “Je moet wel omrijden …” begon hij. Ik snoerde hem de mond. Ik wist dat ook wel. Gelukkig werden we niet opgehouden door een langzame chauffeur.

Dat werd ik wel nadat ik Zoneke had afgezet en via een andere weg naar huis reed. In een sukkelgangetje reed ik achter die slak aan, die nog op zijn rem ging staan toen hij de politiecombi zag staan.

En wat deed die politieman? Die deed teken dat ik moest vertragen! Ik hoopte maar dat ze me niet zouden doen stoppen. Dat zou ik pas een ramp gevonden hebben, zo ongewassen, wilde dwarse haardos en dan mijn kleding.

Thuis, toen ik na het ochtendritueel aan mijn tas koffie begon, vroeg ik me pas af waarom die politieman die eerste auto ongemoeid voorbij liet rijden om mij aan te manen te vertragen terwijl ik, met die slak voor mij, nooit sneller kan gereden hebben dan de slak zelf.

Het getal

Het is al vele jaren geleden. Ergens voor één of andere verjaardag zou ik een gouden ring krijgen. Bij het kiezen vertelde de grootmoeder van de juwelier, die toch wel een 30 jaar ouder was dan ik, dat wij vrouwen, op onze leeftijd goud moesten dragen om te verbloemen dat we ouder werden. Ik was nog geen 40.

Ik nam het niet kwalijk, ik nam het als haar manier van uitdrukken dat zij er ook nog geen 40 uit zag.

Het volgende is ook al vele jaren geleden. Ik was gevraagd voor een (nep)juwelenavond waarbij ook mensen zouden aanwezig zijn die me al lang niet hadden gezien.

Eén van hen, vroeg me, bij het binnenkomen of ik de grootmoeder van mijn dochter was. Ik dacht: “zie ik er nu zo oud uit”. Blijkbaar had ik dat luidop gedacht.

Wat volgde was een waterval van uitleg waarom ik de vraag eigenlijk als een compliment had moeten opvatten. Het kwam er op neer dat ik blij moest zijn dat ik er nog te goed uitzag om de grootmoeder van mijn dochter te zijn.

Ik nam het niet als compliment, ik nam het als domheid van een dom mens.

En wat nu volgt is niet lang geleden.

Ik kende de vrouw vooraf niet, ik had haar pas ontmoet, maar ze had me al haar hele huidige situatie uit de doeken gedaan. Ik wist dus onderhand ook dat ze twaalf jaar ouder was dan ik.

Ergens later op de dag wist ze me te vertellen dat wij, gezien onze leeftijd, wel wisten hoe het zat met de mannen. Wat ze insinueerde weet ik niet. Ik weet wel dat haar man op haar zenuwen werkte. Daarom moet ze nog niet veralgemenen.

Het deed me niets, ik vermoed dat ze vrouwen bedoelde die een bepaalde leeftijd voorbij waren.

Maar ik vraag me enkel af waarom die leeftijd daar altijd moet bij betrokken worden. Het jaar waarin ik werd geboren heeft niets te zien met mijn geestelijke vermogens. Zelfs dementie is niet leeftijdsgebonden.

Minder poëtisch

Toen Luc doende was CD’s voor de auto te maken en me af en toe vroeg of ik nog een idee had, noemde ik in een opwelling “Elle” van Didier Barbelivien. Ik had het altijd al nogal poëtisch gevonden. En vooral dan als hij zingt:

Moitié velours, moitié dentelle1.

dat vond ik indertijd zo goed gevonden. Beter dan:

Moitié Venise et moitié Rome 2.

waar ik het verschil niet zo erg goed kon onderscheiden.

Dat was lang geleden. Nu de CD in de auto zit en af en toe speelt, sta ik daar helemaal anders tegenover. Ik zie nu wél wat hij bedoelt met een verschil tussen Venetië en Rome en ik weet welke kant bij mij overweegt.

En wat dat fluweel en kant betreft, dat is allemaal al helemaal heel lang geleden. Het liedje ging niet over mij, maar ikzelf zou me momenteel eerder met grof geweven katoen gaan vergelijken.

Het moge duidelijk zijn dat Barbelivien het over instelling en/of karakter heeft en niet over het uiterlijk, want wat dat betreft heb ik nog altijd een pezzevelleke.

1. Half fluweel, half kant.
2. Half Venetië en half Rome.